Overslaan naar inhoud

Vereenvoudigde vereffeningsprocedure getuigt van toegenomen realiteitszin

15 juli 2012

Op 17 mei 2012 trad de Wet van 19 maart 2012 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen wat betreft de vereffeningsprocedure van vennootschappen ("Wet") in werking. Deze Wet vereenvoudigt de vrijwillige vereffeningsprocedure en tracht wetgeving en realiteit dichter bij elkaar te brengen. Bij Wet van 22 april 2012 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek ("Wet tot Wijziging Gerechtelijk Wetboek") werden ook de relevante bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek afgestemd op de vernieuwde vereffeningsprocedure. De Wet tot Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek trad eveneens op 17 mei 2012 in werking. Achtergrond De Wet van 2 juni 2006 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen teneinde de vereffeningsprocedure te verbeteren ("Wet van 2 juni 2006") voerde destijds de gerechtelijke controle op de vereffening van vennootschappen stevig op. De wetgever stelde immers vast dat er misbruik werd gemaakt van de vereffeningsprocedure en wenste een betere bescherming te bieden aan schuldeisers. Echter, de maatregelen ter versterking van de rechterlijke controle betekenden een aanzienlijke verhoging van de werklast van de rechtbanken van koophandel, bleken erg tijdrovend, bevatten op sommige punten onduidelijkheden en waren in de praktijk niet altijd werkbaar. Bijgevolg drong een nieuw wetgevend initiatief zich op. Mogelijkheid tot ontbinding en vereffening in één akte De belangrijkste vernieuwing naar de praktijk toe, betreft de mogelijkheid die (opnieuw) wordt gecreëerd om de ontbinding en de vereffening van een vennootschap in één akte te laten geschieden. Onder bepaalde voorwaarden was dit vóór de Wet van 2 juni 2006 ook reeds mogelijk. Met de Wet van 2 juni 2006 werd deze mogelijkheid echter geschrapt. De nieuwe Wet voert deze mogelijkheid opnieuw in, zij het dat deze aan strikte voorwaarden wordt onderworpen. Meer bepaald dient cumulatief aan de volgende vereisten te zijn voldaan:

  • er werd geen vereffenaar aangeduid; en
  • er zijn geen passiva luidens de staat van activa en passiva; en
  • alle aandeelhouders of vennoten zijn op de algemene vergadering aanwezig of geldig vertegenwoordigd en besluiten hiertoe met eenparigheid van stemmen; en
  • de terugname van het resterend actief gebeurt door de vennoten zelf.

De memorie van toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel benadrukt daarbij nog dat alle conform artikel 181, § 1 W. Venn. vereiste verslagen aanwezig dienen te zijn. Dienen aldus voor te liggen: het verslag van het bestuursorgaan waarin het voorstel tot ontbinding wordt toegelicht, de staat van activa en passiva (dewelke niet meer dan drie maanden voordien mag zijn opgesteld) en het verslag van de commissaris, de bedrijfsrevisor of de accountant. Overige wijzigingen Naast voormelde innovatie naar eenvoudige vereffeningen toe heeft de wetgever getracht om ook de meer complexe vereffeningen op een efficiëntere wijze te benaderen. In wat volgt zetten wij voor u de meest in het oog springende wijzigingen op een rijtje.

  • De bevoegde rechter
Waar men zich voorheen tot de rechtbank van koophandel diende te wenden is het voortaan de voorzitter van de rechtbank van koophandel, die als alleen zetelend rechter, de verzoekschriften tot aanstelling, bevestiging, homologatie en eventueel vervanging van de vereffenaar behandelt.
  • Het verzoekschrift
De voorzitter van de rechtbank van koophandel wordt aangezocht bij eenzijdig verzoekschrift. De verplichting om bij het verzoekschrift tot bevestiging of homologatie van de vereffenaar een boekhoudkundige staat te voegen werd opgeheven. De verplichting om bij het verslag van het bestuursorgaan een boekhoudkundige staat te voegen die niet meer dan drie maanden voordien is vastgesteld blijft evenwel overeind. De wetgever beantwoordde eveneens de vraag naar wie precies dit verzoekschrift kan ondertekenen. De omschrijving "door het bevoegde orgaan van de vennootschap" onder de Wet van 2 juni 2006 zorgde immers voor discussie. De Wet preciseert voortaan dat het verzoekschrift kan worden ingediend door de vereffenaar(s) zelf (ook al zijn zij nog niet bevestigd of gehomologeerd), door een advocaat, door een notaris of door een bestuurder of zaakvoerder van de vennootschap. Bij gebreke aan enige nadere toelichting bij deze laatste categorie, lijkt het ons aangewezen om bij het indienen van het verzoekschrift door bestuurders of zaakvoerders de normale wettelijke of statutaire vertegenwoordigingsregels in acht te nemen.   Termijn   Voorheen diende de rechtbank van koophandel binnen vierentwintig uren nadat het verzoekschrift was ingediend uitspraak te doen over de bevestiging of homologatie van de vereffenaar. Deze strikte termijn werd echter zelden gerespecteerd en de wetgeving voorzag niet in een sanctie. Voortaan wordt de voorzitter van de rechtbank van koophandel een termijn van vijf werkdagen gegund. Velt de voorzitter van de rechtbank van koophandel echter niet tijdig een beschikking dan wordt de benoeming van de eerst aangewezen vereffenaar beschouwd als zijnde bevestigd dan wel gehomologeerd.   Alternatieve kandidaten   Voortaan kan het benoemingsbesluit van de vereffenaar ook één of meerdere alternatieve kandidaat-vereffenaars bevatten. Deze kunnen in volgorde van voorkeur worden opgenomen. Indien de benoeming van de eerst voorgedragen vereffenaar geen doorgang kan vinden, neemt de voorzitter van de rechtbank van koophandel de alternatieve kandidaten in overweging.   Vervanging vereffenaar   Indien de nieuwe vereffeningsprocedure niet werd gerespecteerd, kan het Openbaar Ministerie, net als elke belanghebbende, de vervanging van de vereffenaar vragen aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel. De vereffenaar dient in dat geval wel eerst te worden gehoord.    Parallelle harmonisatie Gerechtelijk Wetboek De relevante bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek werden eveneens afgestemd op de vernieuwde vereffeningsprocedure. Tevens werd de gelegenheid aangegrepen om de materieel bevoegde rechter voor verschillende aspecten van de vereffeningsprocedure op een consistente wijze aan te duiden. Daarvoor werd geopteerd voor de rechtbank van koophandel. Deze kamer met drie rechters behandelt voortaan alle aanvragen tot homologatie van beslissingen tot verplaatsing van de zetel van een vennootschap in vereffening, alle vorderingen tot ontbinding van een vennootschap die gedurende drie opeenvolgende boekjaren niet heeft voldaan aan de verplichting om een jaarrekening neer te leggen en alle aanvragen tot goedkeuring van het verdelingsplan. Het is daarbij irrelevant of het gaat om een burgerlijke dan wel een handelsvennootschap.   Besluit   Dit wetgevend initiatief getuigt van een toegenomen realiteitszin en een streven naar vereenvoudiging. De Wet van 2 juni 2006 bevatte een aantal buitensporige verplichtingen, liet op sommige punten ruimte voor twijfel en overbelastte de rechtbanken van koophandel. Wij merken nog op dat de algemene tendens om de bevoegdheid van de rechtbank van koophandel uit te breiden tot alle vennootschappen, ongeacht of zij een burgerlijk dan wel een handelsdoel hebben, ook in deze Wet wordt vertaald en de eenduidigheid bevordert.
Deel deze post
Archief