Op 17 mei 2012 trad de Wet van 19 maart 2012 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen wat betreft de vereffeningsprocedure van vennootschappen ("Wet") in werking. Deze Wet vereenvoudigt de vrijwillige vereffeningsprocedure en tracht wetgeving en realiteit dichter bij elkaar te brengen. Bij Wet van 22 april 2012 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek ("Wet tot Wijziging Gerechtelijk Wetboek") werden ook de relevante bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek afgestemd op de vernieuwde vereffeningsprocedure. De Wet tot Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek trad eveneens op 17 mei 2012 in werking. Achtergrond De Wet van 2 juni 2006 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen teneinde de vereffeningsprocedure te verbeteren ("Wet van 2 juni 2006") voerde destijds de gerechtelijke controle op de vereffening van vennootschappen stevig op. De wetgever stelde immers vast dat er misbruik werd gemaakt van de vereffeningsprocedure en wenste een betere bescherming te bieden aan schuldeisers. Echter, de maatregelen ter versterking van de rechterlijke controle betekenden een aanzienlijke verhoging van de werklast van de rechtbanken van koophandel, bleken erg tijdrovend, bevatten op sommige punten onduidelijkheden en waren in de praktijk niet altijd werkbaar. Bijgevolg drong een nieuw wetgevend initiatief zich op. Mogelijkheid tot ontbinding en vereffening in één akte De belangrijkste vernieuwing naar de praktijk toe, betreft de mogelijkheid die (opnieuw) wordt gecreëerd om de ontbinding en de vereffening van een vennootschap in één akte te laten geschieden. Onder bepaalde voorwaarden was dit vóór de Wet van 2 juni 2006 ook reeds mogelijk. Met de Wet van 2 juni 2006 werd deze mogelijkheid echter geschrapt. De nieuwe Wet voert deze mogelijkheid opnieuw in, zij het dat deze aan strikte voorwaarden wordt onderworpen. Meer bepaald dient cumulatief aan de volgende vereisten te zijn voldaan:
- er werd geen vereffenaar aangeduid; en
- er zijn geen passiva luidens de staat van activa en passiva; en
- alle aandeelhouders of vennoten zijn op de algemene vergadering aanwezig of geldig vertegenwoordigd en besluiten hiertoe met eenparigheid van stemmen; en
- de terugname van het resterend actief gebeurt door de vennoten zelf.
De memorie van toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel benadrukt daarbij nog dat alle conform artikel 181, § 1 W. Venn. vereiste verslagen aanwezig dienen te zijn. Dienen aldus voor te liggen: het verslag van het bestuursorgaan waarin het voorstel tot ontbinding wordt toegelicht, de staat van activa en passiva (dewelke niet meer dan drie maanden voordien mag zijn opgesteld) en het verslag van de commissaris, de bedrijfsrevisor of de accountant. Overige wijzigingen Naast voormelde innovatie naar eenvoudige vereffeningen toe heeft de wetgever getracht om ook de meer complexe vereffeningen op een efficiëntere wijze te benaderen. In wat volgt zetten wij voor u de meest in het oog springende wijzigingen op een rijtje.
- De bevoegde rechter
- Het verzoekschrift