Overslaan naar inhoud

Strijd tegen fraude in de bouwsector: de Ministerraad neemt initiatief

7 november 2011

In een vorige nieuwsflash meldden hadden wij u ingelicht over de nakende komst van een aantal maatregelen ter bestrijding van de sociale fraude in de bouwsector. Deze maatregelen zullen binnenkort een feit zijn. Zo werden tijdens de ministerraad van 14 oktober ll. een aantal ontwerpen van wetteksten goedgekeurd, waarbij in essentie de volgende maatregelen in het leven zullen worden geroepen: a) Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van de minimumlonen In geval van een onderaanneming zal de medecontractant in de bouwsector voortaan medeverantwoordelijk zijn voor de betaling van het minimumloon van de bouwsector aan de werknemers van zijn directe onderaannemer. Elke medecontractant, ongeacht deze de Belgische nationaliteit heeft of niet, zal erover moeten waken dat minstens dit bij koninklijk besluit vastgelegde minimumloon aan de werknemers van zijn directe onderaannemer wordt uitbetaald. Inzake de hoofdelijke aansprakelijkheid heeft de ministerraad overeenstemming bereikt over volgende principes: • De medecontract moet controleren of zijn directe onderaannemer, met wie hij een overeenkomst gesloten heeft, wel degelijk het minimumloon aan zijn werknemers uitbetaalt. • De medecontractant kan daartoe kopie van de loonfiches opvragen en deze worden eveneens ter beschikking gesteld van de sociale inspecteurs. • Er zal een databank aangelegd worden van de aannemers die in orde zijn met de betaling van het minimumloon; het opvragen van documenten is niet noodzakelijk voor de werkgevers die in deze databank opgenomen zijn. • Als de medecontractant vaststelt dat het minimumloon niet uitbetaald werd, moet hij daar de arbeidsinspectie over verwittigen. De medecontractant kan conform het Sociaal Strafwetboek gesanctioneerd worden als hij deze verplichting in de wind slaat (sanctie van niveau 3). • Als de onderaannemer weigert de nodige documenten ter beschikking te stellen aan de medecontractant, kan de werkgever-onderaannemer eveneens conform het Sociaal Strafwetboek gesanctioneerd worden (sanctie van niveau 4). b) Registratie van de aanwezigheden Om te strijden tegen sociale fraude en zwartwerk in de bouwsector maar ook om opvolging van de Europese richtlijn te garanderen, is de ministerraad akkoord gegaan met de instelling van een registratie van de aanwezigheden op de bouwwerf, op basis van volgende principes: • De aanwezigheid van al wie op een bouwwerf werkt, wordt dagelijks geregistreerd. Het gaat daarbij zowel om werknemers als om zelfstandigen, zowel om Belgen als om buitenlanders. • De registratie wordt beperkt tot bouwwerven waar ten minste twee aannemers ofwel tegelijk ofwel achtereenvolgens aan de slag zijn en waarvan de minimale oppervlakte bij in ministerraad overlegd koninklijk besluit verduidelijkt zal worden. • De hoofdaannemer, te weten de bouwheer belast met de uitvoering van de bouwwerken, zorgt voor een registratietoestel zodat alle personen aanwezig op de bouwwerf zich kunnen registreren. Als alternatief en op vraag van de werkgeversorganisaties van de bouwsector kan de registratie ook geschieden via de uitbreiding van de « elektronische werkmelding RSZ » met een werknemersmodule. • Er zullen dus twee mogelijke systemen van registratie zijn: o de hoofdaannemer, te weten de « bouwheer belast met de uitvoering », stelt op de werf een registratieapparaat ter beschikking zodat iedereen zich dagelijks kan registreren; o Een registratie op basis van een nog uit te werken systeem via de uitbreiding van de « elektronische werkmelding RSZ » met een werknemersmodule. De verschillende aannemers zullen contractueel kunnen vastleggen welk systeem ze hanteren. • Zowel de hoofdaannemer als de medecontractant als de werkende personen (werknemers, zelfstandigen) zullen bij niet-naleving hiervan conform het Sociaal Strafwetboek gesanctioneerd worden. • Deze reglementering op de registratie van aanwezigheden zal in werking treden na de invoering van het tweede systeem (de uitbreiding van de « elektronische werkmelding RSZ » met een werknemersmodule). De technische en concrete uitvoering van deze principes zal gebeuren via een in ministerraad overlegd koninklijk besluit. c)  Fiscale voordelen voor particulieren Een particulier die wenste te genieten van een fiscaal voordeel in de bouwsector in zijn meest ruime betekenis moest tot nog toe gebruikmaken van een factuur van een geregistreerde aannemer. Op 16 juni 2011 heeft de Ministerraad echter beslist om het systeem van registratie van aannemers af te schaffen. Bijgevolg moest er een alternatief gevonden worden. Dit alternatief voorziet dat de aannemer middels een « verklaring op eer » op de factuur aan de particulier aangeeft dat hij op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst met zijn klant geen sociale noch fiscale schulden heeft. Een werkgever die ten onrechte dergelijke verklaring op zijn factuur opneemt, is onderhevig aan een sanctie wegens valsheid in geschrifte of het gebruik van valse stukken. Het voorstel van tekst dat uitgewerkt zal worden, zal met volgende principes rekening houden: • Het moet gaan om vervallen schulden; • Er moet rechtszekerheid gegarandeerd worden aan de particulier, zodat deze niet het slachtoffer wordt van eventuele fiscale of sociale schulden van een aannemer gemaakt na aanneming van het werk voor de particulier en aan de particulier mogen geen bijkomend administratieve verplichtingen worden opgelegd. • Conform de wet op de continuïteit van de ondernemingen, mogen bedrijven die het moeilijk hebben en werken met een afbetalingsplan niet geremd worden in hun herstel en zullen zij dus niet beschouwd worden als ondernemingen met fiscale of sociale schulden. Wij komen terug met meer info van zodra de teksten goedgekeurd zullen zijn.

Deel deze post
Archief