In een eerdere nieuwsbrief kon u kennismaken met het Zomerakkoord en de Programmawet van eind december 2017 die dit akkoord gedeeltelijk heeft uitgevoerd.
Eén van de maatregelen die werd ingevoerd is de bijzondere activeringsbijdrage bij vrijstelling van prestaties. De regering merkte immers dat werkgevers bij herstructureringen alsmaar meer oudere werknemers van prestaties vrij stelden tot aan de pensioenleeftijd, waarbij deze hun loon geheel of gedeeltelijk bleven ontvangen, en zo de SWT-regels omzeilden (het vroegere brugpensioen) en bestraft dergelijke constructies vanaf 1 januari 2018 door de invoering van een activeringsbijdrage.
Toepassingsgebied
De activeringsbijdrage is verschuldigd voor elke werknemer die bij dezelfde werkgever gedurende een volledig kwartaal geen prestaties leverde, behalve wanneer dit gebrek aan prestaties kadert in een wettelijke schorsingsgrond van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, zoals ziekte of vakantie. Ook vrijstelling van prestaties tijdens de opzeggingstermijn is nog steeds mogelijk.
De bijdrage is niet verschuldigd voor de werknemers die in een mechanisme van volledige vrijstelling van prestaties gestapt zijn voor 28 september 2017.
Bijdrage
De activeringsbijdrage is een percentage op basis van de leeftijd van de werknemer op het tijdstip waarop hij wordt vrijgesteld van prestaties. Het betreft een (aanzienlijk) percentage op het loon dat wordt doorbetaald tijdens de periode van vrijstelling van prestaties, maar met een minimum kwartaalforfait.
| Leeftijd bij aanvang | Percentage op kwartaalloon | Minimum kwartaalbijdrage |
| Voor 55 jaar | 20% | 300,00 EUR |
| Tussen 55 en 58 jaar | 18% | 300,00 EUR |
| Tussen 58 en 60 jaar | 16% | 300,00 EUR |
| Tussen 60 en 62 jaar | 15% | 225,60 EUR |
| Na 62 jaar | 10% | 225,60 EUR |
Vrijstelling of vermindering van de bijdrage bij opleiding
Wanneer een werknemer tijdens de periode van vrijstelling van prestaties een verplichte opleiding volgt, wordt voorzien in een vrijstelling dan wel een vermindering van de bijdrage. De Programmawet bepaalt welke opleidingen in aanmerking komen.
| Opleiding | Invloed op de bijdrage | ||
| Tijdstip | Voorwaarden opleiding | Invloed | Periode |
| Gedurende de eerste 4 trimesters van de periode vrijstelling prestaties | Verplichte opleiding:
| Vrijstelling | Volledige periode van vrijstelling van prestaties |
| Gedurende een willekeurige periode van 4 opeenvolgende trimesters, gesitueerd tijdens de periode vrijstelling prestaties | Verplichte opleiding:
| Vermindering met 40% | Enkel de betrokken periode van 4 opeenvolgende trimesters |
Vrijstelling bij hervatting van activiteit
Wanneer de werknemer opnieuw een minstens 1/3 tewerkstelling aanvat bij een of meer andere werkgever(s) of in hoedanigheid van zelfstandige, en dit voor een volledig kwartaal, dan wordt de werkgever die de bijdrage verschuldigd was hiervan vrijgesteld, en dit tijdens de periode van werkhervatting.
Met een 1/3de tewerkstelling wordt een gemiddelde prestatie van 1/3 van een voltijds equivalent bedoeld, en dit over een referentieperiode van een kwartaal. De RSZ zal alle tewerkstellingen in 1 kwartaal optellen en nagaan of dit overeenstemt met minimaal een 1/3 tewerkstelling van een voltijds equivalent gedurende die periode. Een koninklijk besluit moet nog bepalen wat wordt verstaan onder het hervatten van een nieuwe minstens 1/3 tewerkstelling in de hoedanigheid van zelfstandige.
Wanneer de werknemer de voormelde activiteit beëindigt, is de bijdrage opnieuw verschuldigd door de werkgever die hem heeft vrijgesteld van prestaties.
Voor meer info over dit specifieke onderwerp, kan u Sébastien van Damme (auteur) en Sara Cockx (auteur en celhoofd) raadplegen.