Overslaan naar inhoud

Beleidsnota hervorming appartementswet

24 april 2017

Zoals vermeld in vorige nieuwsbrieven, werkt Minister K. Geens aan een grondige hervorming van onder meer het vennootschapsrecht, het insolventierecht, en het zakenrecht en het verbintenissenrecht. Ook het appartementsrecht is één van de rechtstakken die de minister wenst te moderniseren.

Hiervoor is thans de beleidsnota van de aangestelde werkgroep gepubliceerd, samen met de voorgestelde amendementen van de wetgeving. De integrale tekst van de beleidsnota vindt u hier (met dank aan de CIB).

Wij lichten uit deze beleidsnota graag een aantal specifieke punten nader toe.

Projectontwikkelaars behouden zich in de basisaktes vaak het recht voor om, zelfs na de start van de verkoop, nog eenzijdig bepaalde wijzigingen aan te brengen aan de basisakte of de verdeling van de (niet-verkochte) kavels. Dit voorbehoud of dergelijke volmacht wordt algemeen beschouwd als nietig, waardoor in principe elke wijziging via een algemene vergadering dient te gebeuren. Dergelijk voorbehoud zou nu wel mogelijk worden, met de volgende beperkingen en formaliteiten:

  • Dergelijke eenzijdige wijzigingen zijn slechts mogelijk tot de voorlopige oplevering van de gemene delen,
  • Enkel indien “zulks door technische omstandigheden of in het rechtmatig belang van de vereniging van mede-eigenaars is ingegeven, niet aan de rechten van de andere mede-eigenaars op hun privatief gedeelte raakt en de verplichtingen van één of meerdere mede-eigenaars niet verzwaart",
  • Op kosten van de projectontwikkelaar,
  • En mits kennisgeving aan de andere mede-eigenaars van het ontwerp van wijzigende statuten, minstens twee maanden voorafgaand aan het verlijden van de wijzigingsakte, waarbij deze andere mede-eigenaars zich kunnen verzetten tegen deze wijziging en het geschil aan de rechter kunnen voorleggen.

Een reglement van interne orde (thans optioneel) wordt verder verplicht, waarbij een aantal van de bepalingen die nu in de statuten moeten zijn opgenomen, verhuizen naar dit reglement van interne orde. Dit zou tot gevolg moeten hebben dat niet bij elke wetswijziging de statuten ook dienen te worden aangepast, met notariskosten tot gevolg.

Tot slot wordt er een grotere verantwoordelijkheid geplaatst bij de eigenaar-verhuurder. Het is diens verantwoordelijkheid om zijn huurder binnen dertig dagen en per aangetekende post in te lichten van beslissingen van de algemene vergadering. De huurder beschikt nu slechts over een vervaltermijn van twee maanden na deze kennisgeving, verder beperkt tot vier maanden na de algemene vergadering, om een eventuele rechtsvordering tegen de desbetreffende beslissing in te stellen.

Voor meer informatie over dit onderwerp, kan u steeds terecht bij Ewoud Willaert en Christine Heeb.

Deel deze post
Archief