Overslaan naar inhoud

De sprong van Geens - Afschaffing van de THV

17 januari 2017

Minister van Justitie Koen Geens plant met zijn nota van 6 december 2016 ("Sprong naar het recht voor morgen – hercodificatie van de basiswetgeving") een grondige hervorming van het ondernemingsrecht, het burgerlijk recht en het strafrecht. Ons kantoor volgt de ontwikkelingen in de twee eerste domeinen op de voet.

In een eerdere nieuwsbrief schetsten we de grote lijnen waarlangs het vennootschapsrecht meer algemeen zal veranderen. Hier gaan we in op één concrete vennootschapsvorm, die gedoemd lijkt te verdwijnen: de tijdelijke handelsvennootschap.

Een van de speerpunten van de hervorming (waar ook mee wordt uitgepakt via allerhande media) is dat het aantal vennootschapsvormen drastisch zou worden herleid. De overtuiging is dat dit de wereld voor startende ondernemingen eenvoudiger zal maken. De THV, die in academische kringen vaak wordt beschouwd als een rechtshistorisch curiosum, was in dat opzicht waarschijnlijk één van de eerste vormen om te sneuvelen.

Hoewel ze misschien zelden wordt gebruikt door starters en ook minder in de algemene handelspraktijk, komt deze vorm wel vaak voor bij de aanneming van bouwwerken. Voor vele projecten verenigen aannemers (en anderen) zich in een THV om met gebundelde krachten te contracteren met de bouwheer. Daarbij organiseren ze onderling de taak-, kosten- en resultaatsverdeling onder de vennoten / partners in het THV-contract.

Om de impact van het "verdwijnen" van de tijdelijke handelsvennootschap in te schatten, is het van belang voor ogen te houden wat die vennootschap nu is. Het gaat om een vennootschap:

  • zonder rechtspersoonlijkheid – wat maakt dat zij zelf geen titularis van rechten kan zijn en ook niet zelf in rechte kan optreden, maar dit via haar vennoten moet doen; en
  • met onbeperkte aansprakelijkheid – wat schuldeisers toelaat deze vennoten aan te spreken;
  • die tijdelijk is – wat haar in tijd beperkt tot één onderneming / project of tot één vooraf bepaalde duur; en
  • die een handelskarakter heeft – wat de vennootschap in staat stelt om op te treden in het handelsverkeer, maar wat tevens de hoofdelijke gehoudenheid van haar vennoten dicteert, in tegenstelling tot een burgerlijk karakter.

Als we die eigenschappen vergelijken met de maatschap (een bestaande vennootschapsvorm die de voorgenomen hervorming wel overleeft), is het "verdwijnen" van de THV te relativeren. De THV heeft haar eerste twee eigenschappen nu al zonder uitzondering met de maatschap gemeen. Ook die vennootschapsvorm wordt gekenmerkt door de afwezigheid van rechtspersoonlijkheid en vennoten hebben er evenmin de mogelijkheid om hun aansprakelijkheid te beperken tot een bepaalde inbreng. Bovendien hebben tal van maatschappen (ook nu al) een commercieel doel (of commerciële activiteiten) waardoor het handelsvennootschappen zijn.

Reken daarbij dat niets vennoten belet een maatschap voor bepaalde duur of voor een bepaald aflopend project op te richten en het is nu al perfect denkbaar dat een maatschap wordt gevormd die in alles gelijkt op een tijdelijke handelsvennootschap. Academisch zou men elke THV nu eigenlijk al kunnen herleiden tot een maatschap met specifieke modaliteiten en een duidelijk verschillende naam ("haas, ik doop u vis"). De toegevoegde waarde van die naam "THV" is beperkt.

Ook na de hervorming zou het bovendien mogelijk blijven om maatschappen op maat te moduleren en kan de nieuwe maatschap een commercieel doel krijgen en beperkt worden tot een bepaald project of in de tijd. Wat wordt gepresenteerd als een "afschaffing", zal dus in de praktijk voornamelijk neerkomen op een nieuwe benaming.

Hoewel er na de hervorming geen wettelijke omschrijving van de THV meer zal zijn, kunnen partijen m.a.w. nog steeds een soort THV creëren rond het wettelijke geraamte van de maatschap. Als aannemers (of anderen) zich dus zullen verenigen voor een bepaald project, zal de wetgever de partijen binnenkort verplichten om het etiket en de vorm "maatschap" te gebruiken, op wat in hun beleving nog de kenmerken van een THV zal kunnen hebben ("vis, ik doop u haas").

Eerder dan een vereenvoudiging, is dit vooral een nuttige verduidelijking. Haas of vis, de oprichters van nieuwe maatschappen, zullen duidelijker voor ogen hebben wat ze oprichten. Voor het lot van de bestaande THV's is het uitkijken naar de overgangsregeling.  Wij volgen dit verder voor u op.

Voor meer informatie over dit onderwerp kan u steeds terecht bij Joost Van Riel, Siegfried Busscher en Gwen Bevers (celhoofd).

Deel deze post
Archief