Overslaan naar inhoud

Hervorming justitie gaat onverminderd voort: Potpourri IV goedgekeurd

16 januari 2017
Geert De Buyzer
Sophie Deckers

Ter verdere uitvoering van het justitieplan werd op 25 december 2016 de vierde Potpourriwet[1] aangenomen. Deze wet trad grotendeels in werking op 9 januari 2017. Het zwaartepunt van de nieuwe bepalingen situeert zich op het vlak van het strafuitvoeringsrecht, waarop hier verder niet zal worden ingegaan. Vanuit het oogpunt van het burgerlijk procesrecht, springt vooral de nieuwe bepaling omtrent “nutteloze” gerechtskosten in het oog.

Vooraleer nader in te gaan op de hervormingen in deze vierde Potpourriwet, brengen we nog even het stramien van de justitiehervorming in herinnering. In het justitieplan wordt uitgelegd dat justitie met een hinkstapsprong zal worden hervormd. De eerste fase, de hink, kwam er vorige legislatuur met de hertekening van het gerechtelijk landschap. De tweede fase, de stap, heeft vnl. betrekking op de hervorming van het burgerlijk en strafprocesrecht, alsook de organisatorische aspecten van justitie. Deze hervormingen worden concreet uitgewerkt in een reeks van Potpourriwetten (zie onze eerdere nieuwsbrieven over Potpourri I, Potpourri II en Potpourri III). De derde fase, de sprong, betreft een op til staande fundamentele hervorming van onze basiswetgeving. Ook daarover berichtten wij u reeds (zie onze nieuwsbrieven over het zakenrecht en verbintenissenrecht, over het vennootschapsrecht en over het insolventierecht).

Eén van de belangrijkste wijzigingen van de vierde potpourriwet is een uitzondering op het principe dat de in het ongelijk gestelde partij de gerechtskosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, moet dragen. Voortaan moeten nutteloze kosten immers ten laste worden gelegd van de partij die ze foutief heeft veroorzaakt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een schuldeiser een onbetwiste geldschuld invordert via gerechtelijke weg, zonder daarvoor eerst de nieuwe administratieve invorderingsprocedure te hebben aangewend (zie over die procedure onze nieuwsbrief Belgisch betalingsbevel). Belangrijk om te benadrukken is dat de rechter moet vaststellen dat de kosten foutief werden aangegaan om de "sanctie" op te leggen. De kosten vallen dus niet ten laste van de eiser wanneer hij kan verantwoorden dat hij de administratieve procedure tot invordering van een onbetwiste geldsom niet aanwendt.

Belangrijk is voorts dat op gerechtsdeskundigen voortaan een meldingsplicht rust, naar het voorbeeld van arbiters. Meer bepaald moeten gerechtsdeskundigen binnen de acht dagen vanaf hun kennisgeving van aanstelling de feiten en omstandigheden meedelen op grond waarvan zou kunnen worden getwijfeld aan hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Aan de wrakingsgronden wordt tevens "tegenstrijdigheid van belangen" toegevoegd. Te denken valt aan de omstandigheid dat een deskundige tevens optreedt als (bezoldigd) raadgever van belangrijke spelers op het terrein, zoals artsen die ook optreden als adviserende geneesheer van verzekeringsmaatschappijen en ziekenfondsen.

Verder richt Potpourri IV een "Marktenhof" in binnen het hof van beroep te Brussel, zijnde een afzonderlijke sectie bevoegd voor "gereguleerde marktzaken", zoals bijvoorbeeld een beroep tegen een beslissing van de Mededingingsautoriteit of tegen een administratieve sanctie van de FSMA. Het hof van beroep had deze bevoegdheden al, maar daaraan wordt nu wat meer allure gegeven.

Er worden tevens een aantal beperkte wijzigingen aan de wetgeving inzake arbitrage doorgevoerd, kennisgevingen zullen in de toekomst via een informaticasysteem kunnen gebeuren en het toezicht op kwaliteitsrekeningen zal worden versterkt.

Uiteindelijk zijn de wijzigingen op het vlak van het burgerlijk procesrecht beperkter gebleven dan oorspronkelijk was vooropgesteld. Initieel was het immers de bedoeling om ook de rechtspleging voor de rechtbanken van koophandel ingrijpend te hervormen. Die wijziging heeft het (voorlopig) evenwel niet gehaald.

Het is thans uitkijken naar de vijfde – en voorlopig laatste – Potpourriwet. Daarin zullen o.m. de regels ter bescherming van de rechten van het kind, de rol van het notariaat en de organisatie van de rechterlijke orde verder worden hervormd.

[1] Wet tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 30 december 2016.

Voor meer info over dit onderwerp kan u steeds terecht bij Sophie Deckers,  Joost Bats en Geert De Buyzer (de auteurs).

Deel deze post
Archief