Overslaan naar inhoud

Beperking temporeel en materieel toepassingsgebied van wet inzake class actions grondwettig bevonden

19 april 2016

Tot voor kort voorzag het Belgisch procesrecht in geen enkel mechanisme dat toeliet de vorderingen van een grote groep gedupeerden op globale en efficiënte wijze af te handelen. Slachtoffers van massaschade dienden de klassieke gerechtelijke weg te volgen, wat voor hen vaak een dure en inefficiënte procedure bleek. De wetgever heeft getracht daarop een antwoord te bieden met de wet van 28 maart 2014 strekkende tot de invoering van de class action – of de rechtsvordering tot collectief herstel – in boek XVII van het Wetboek van Economisch Recht. De nieuwe regeling maakt het mogelijk dat een groepsvertegenwoordiger, in naam van een groep consumenten, een procedure instelt met het oog op het verkrijgen van schadevergoeding van een onderneming die foutief schade zou hebben berokkend. Een meer uitgebreide bespreking hierover kan u terugvinden in onze eerder verschenen nieuwsbrief.

Tegen enkele bepalingen van de wet werd een beroep tot vernietiging ingesteld bij het Grondwettelijk Hof, op basis van o.m. de volgende argumenten:

  1. De beperking van het toepassingsgebied van de wet tot schadegevallen waarvan de oorzaak zich heeft voorgedaan na de inwerkingtreding van de wet (met name 1 september 2014), zou een ongelijke behandeling inhouden ten aanzien van slachtoffers van eerdere schadegevallen.
  2. Opdat de vordering tot collectief herstel ontvankelijk zou zijn, moet de ingeroepen oorzaak van de schade een inbreuk vormen op één van de contractuele verplichtingen van de onderneming of op één van de Europese verordeningen of wetten die in de wet worden opgesomd. Die limitatieve opsomming zou niet enkel discriminerend zijn, maar ook een categorie van burgers het recht op juridische bijstand en op een daadwerkelijk rechtsmiddel ontnemen.
  3. Het vereiste van erkenning dat aan verenigingen wordt opgelegd opdat zij als groepsvertegenwoordiger kunnen optreden, zou vergelijkbare buitenlandse verenigingen die deze erkenning niet genieten, discrimineren.

Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest van 17 maart 2016 (nr. 41/2016) enkel op basis van het laatste argument een schending van de Grondwet weerhouden.

Wat betreft de beperking van het temporeel toepassingsgebied, stelde het Hof geen ongelijke behandeling vast. Slachtoffers van schade waarvan de oorzaak heeft plaatsgevonden voor 1 september 2014, beschikken immers over andere juridische instrumenten (bijvoorbeeld een individuele vordering) om schadevergoeding te bekomen.

Het tweede argument werd door het Hof evenmin aanvaard. Het Hof stelde immers vast dat de wetgever het toepassingsgebied van de collectieve vordering voorlopig heeft willen beperken tot het domein van het consumentenrecht, waarin zich een groot aantal gevallen van beperkte individuele schade (« small claims ») zou voordoen. Daarbij heeft de wetgever bovendien aangegeven dat de nieuwe wet kadert in een geleidelijke benadering en dat het niet is uitgesloten dat het toepassingsbied in de toekomst zal worden uitgebreid.

Wat betreft het laatste argument heeft het Grondwettelijk Hof zoals gezegd wel een schending van het gelijkheidsbeginsel vastgesteld. De vereiste erkenning wordt immers in strijd met het vrij verkeer van diensten geacht, omdat ze tot gevolg heeft dat vergelijkbare instanties uit de EU en de EER niet als groepsvertegenwoordiger kunnen optreden. Deze ongelijke behandeling is strijdig met het gelijkheidsbeginsel. Op dit punt zal de wet moeten worden aangepast. In de tussentijd zal de rechter een rechtsvordering tot collectief herstel, die wordt ingesteld door een organisatie zoals bedoeld in artikel 4 van de richtlijn 2009/22/EG betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de consumentenbelangen, niet onontvankelijk mogen verklaren.

Op het punt van de vereiste erkenning na, doorstaat de nieuwe wet inzake de rechtsvordering tot collectief herstel aldus de grondwettigheidstoets. De afbakening van het materieel toepassingsgebied en de overgangsbepaling die het temporeel toepassingsgebied van de wet beperkt tot nieuwe schadegevallen, worden in overeenstemming geacht met de Grondwet. Slachtoffers van vroegere massaschadegevallen zullen bijgevolg geen beroep kunnen doen op de class action teneinde schadevergoeding te bekomen, maar dienen zich hiertoe te beroepen op de “klassieke” proceduremogelijkheden.

Voor meer informatie, kan u Dave Mertens en Geert De Buyzer (auteurs) en Gwen Bevers (celhoofd) raadplegen.

Deel deze post
Archief