Overslaan naar inhoud

Wetsontwerp overheidsopdrachten ingediend in de Kamer

25 januari 2016

Op 4 januari 2016 heeft de regering een wetsontwerp inzake overheidsopdrachten ingediend in de Kamer.  De “goedkeuring tot drukken” werd op 19 januari 2016 door de Kamer ontvangen.

Met dit wetsontwerp worden twee Europese richtlijnen inzake overheidsopdrachten in Belgisch recht worden omgezet. Het gaat om richtlijn 2014/24/EU betreffende het plaatsen van opdrachten in de klassieke sectoren en richtlijn 2014/25/EU betreffende het plaatsen van opdrachten in de speciale sectoren.

De nieuwe Europese richtlijnen traden in werking op 18 april 2014 en dienen in principe tegen ten laatste 18 april 2016 in Belgisch recht te worden omgezet.

Als voornaamste vernieuwingen wijst de memorie van toelichting op de codificatie van de rechtspraak van het Hof van Justitie omtrent de quasi-inhouse opdrachten en de publiek-publieke samenwerking en de afschaffing van de voorheen onderscheiden prioritaire en niet-prioritaire  diensten (diensten in Bijlagen II.A en II.B), waarbij evenwel in de richtlijn en in het ontwerp voorzien is in een versoepeld stelsel aan plaatsingsregels voor een aantal sociale en andere bijzondere diensten. Bovendien werden de voorwaarden voor het gebruik van de mededingingsprocedure met onderhandeling (op heden ‘onderhandelingsprocedure met  bekendmaking’ genoemd) versoepeld.

Een aantal van de door de Europese Unie met de nieuwe regelgeving nagestreefde doeleinden  stipt de regering aan als prioriteiten, waaronder een grotere deelname van de KMO’s aan de overheidsopdrachten, een vermindering van de administratieve lasten, aandacht voor energie-efficiëntie, grotere inachtneming van sociale en milieuclausules en aandacht voor innovatie. De regels van de richtlijnen werden dan ook omgezet voor de opdrachten onder de Europese  drempels, waarbij evenwel in een aantal versoepelingen werd voorzien.

Ook de strijd tegen de sociale dumping wordt aangeduid als een belangrijk aandachtspunt bij de totstandkoming van het wetsontwerp. Reeds bij de goedkeuring in tweede lezing van het voorontwerp van wet kondigde de ministerraad aan hiertoe verregaande stappen te willen ondernemen (zie hierover ook onze nieuwsflash van 14 januari 2016). Bij de machtiging aan de Koning tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels worden het beperken van het aantal onderaannemers in de verticale keten tot maximaal twee per specialisme en de uitbreiding van de erkenning als aannemer naar alle onderaannemers in de keten, opnieuw aangekondigd als bijkomende maatregelen.

Voor meer informatie over dit specifieke onderwerp, kan u Carlo Cardone (auteur) en Kris Lemmens (celhoofd Overheidsopdrachten en PPS) raadplegen.

Deel deze post
Archief