Voor de beoordeling van schadegevallen die gedekt zijn door een verzekeringspolis wordt regelmatig een beroep gedaan op deskundigen, die meestal door de verzekeringsmaatschappijen zelf aangesteld worden. Deze deskundigen brengen verslag uit aan hun opdrachtgever. Naast een technische analyse van de oorzaak en het ontstaan van het schadegeval, maken ze ook een financiële beoordeling. De verzekeringsmaatschappij baseert zich vervolgens op dit expertiseverslag om haar verzekerde een voorstel tot schadevergoeding te doen.
Naar aanleiding van de ernstige overstromingen van juli 2021 kregen echter heel wat schadelijders te maken met de ongelukkige (en onfortuinlijke) situatie waarbij vermeende deskundigen zich spontaan bij de slachtoffers aanboden om de schade te laten ramen en de raming van de schade bij de betrokken verzekeraar te verdedigen, terwijl zij daarvoor niet door de verzekeraar aangesteld waren, noch over de technische bekwaamheden hiervoor beschikten.
Met de invoering van een nieuw artikel 121/1 in de Verzekeringswet (de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen) wil de wetgever de hierboven beschreven situaties voorkomen en de verzekerden beter beschermen.
Het nieuwe artikel 121/1, dat per 1 juli 2025 in werking zal treden, beoogt meer professionalisme en vooral meer transparantie in de expertises die worden gevoerd bij schadegevallen die zich voordoen in het kader van de brandverzekering. Artikel 121/1 geeft zowel de verzekeraar als de verzekerde de mogelijkheid om elk een deskundige aan te stellen. Om het met de woorden van de wetgever te zeggen, moet de deskundige “op duidelijke en begrijpelijke wijze” informatie verstrekken die zijn technische bekwaamheid en de hoedanigheid waarin hij in het dossier optreedt, bevestigt.
Paragraaf 4 van het nieuwe artikel 121/1 verdient bijzondere aandacht. Deze voorziet bepalingen die de verzekerde beschermen wanneer een vermeende deskundige zich ongevraagd aan diens woonplaats aanbiedt met het oog op het sluiten van een overeenkomst tot het uitvoeren van een expertise voor de beoordeling van de schade veroorzaakt aan het gebouw en/of de inboedel.
Om de verzekerde te beschermen, voorziet paragraaf 4 van het nieuwe artikel 121/1 het volgende kader :
een wachttijd van minimaal één kalenderdag voordat een overeenkomst tot uitvoering van een expertise door een aanbieder mag worden gesloten;
het aanbod tot uitvoering van een expertise kan slechts worden aanvaard nadat de verzekeraar werd ingelicht over de schade, dit om hem in de mogelijkheid te stellen om zelf een deskundige ter plaatse te sturen voordat de overeenkomst tussen de aanbieder en de verzekerde afgesloten wordt.
Een andere bepaling die men enkel kan toejuichen is paragraaf 6 van het nieuwe artikel 121/1. Deze bepaling verleent een minimale bedenktijd van vijf werkdagen aan de verzekerde vooraleer hij de door de verzekeraar voorgestelde schadevergoeding kan aanvaarden. Volgens de parlementaire werkzaamheden verplicht deze bepaling de verzekerde, die zich over het algemeen in een situatie van nood en behoeftigheid bevindt, bedenktijd te nemen alvorens hij de aangeboden schadevergoeding aanvaardt. Deze bepaling snijdt echter aan twee kanten (voor de verzekerde), nu dit betekent dat ook de verzekeraar deze minimumtermijn van vijf werkdagen moet respecteren voordat hij overgaat tot vergoeding (en tot betaling) van zijn verzekerde, zelfs als laatstgenoemde de voorgestelde schadevergoeding aanvaardt voordat deze termijn verstreken is.
Wij zijn verheugd over de invoering van deze nieuwe bepaling in het verzekeringsrecht die verplicht tot meer transparantie en een zeker professionalisme bij de aanstelling van een deskundige in het kader van een schadegeval, wat volledig ten goede komt van de verzekerde.