De dading is een overeenkomst
waarbij de partijen door middel van wederzijdse toegevingen een geschil
beëindigen. Zodra zij is gesloten, verhindert de dading dat over hetzelfde
geschil een rechtsvordering wordt ingesteld of voortgezet.
In de praktijk beperken veel dadingen zich niet tot het regelen van het
verleden. Vaak bevatten zij ook toekomstige verbintenissen:
betalingsregelingen, voorwaardelijke kwijtscheldingen van schuld, nieuwe
samenwerkingsafspraken of bijzondere waarborgen.
Wanneer die verbintenissen niet worden nagekomen, zijn de juridische gevolgen echter
niet altijd duidelijk. Blijven de gedane toegevingen verworven? Kan de dading
ter discussie worden gesteld? Welke rechtsmiddelen zijn er?
Het antwoord zal in grote mate afhangen van de bewoordingen opgenomen in de dading.
Een goed opgestelde dading beperkt zich niet tot het beëindigen van het
geschil. Zij anticipeert ook op moeilijkheden die zich later kunnen voordoen.
Het nieuwe Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, aangenomen door de
Kamer op 16 juli 2026, neemt de bestaande regels inzake dading grotendeels
over.
Daarin wordt eraan herinnerd dat een dading strikt moet worden
uitgelegd, zowel wat betreft het geschil dat daarin wordt begrepen alsook de
afstand van recht die eruit voortvloeit (art. 7.7.14). Dergelijke afstand wordt
niet vermoed. Het is dan ook essentieel om nauwkeurig te bepalen welke
aanspraken door de dading worden gedekt en welke eerder ontstane rechten de
partijen wensen te behouden. Zo zal een dading over een welbepaalde
betalingsachterstand niet noodzakelijk alle betwistingen beëindigen die binnen de
ruimere handelsrelatie kunnen bestaan.
Het nieuwe Boek 7 BW wijzigt de mogelijkheden om de dading
eenzijdig ter discussie te stellen wanneer zij niet wordt nagekomen.
Vandaar het belang om precies te bepalen wat men regelt... en
wat men niet regelt.
Een dading die het conflict van gisteren perfect regelt, kan de
bron worden van het geschil van morgen als zij de gevolgen van niet-nakoming
onvoldoende duidelijk vastlegt.
De echte nieuwigheid: buitengerechtelijke sancties worden uitgesloten
Op dit vlak vernieuwt de hervorming het meest. De partijen beschikken over
minder mogelijkheden om het in de dading bereikte evenwicht zelf ongedaan te
maken, zelfs wanneer hun medecontractant zijn verbintenissen niet nakomt.
Om de stabiliteit van dadingsovereenkomsten te versterken, sluit Boek 7 BW verschillende
mechanismen van eenzijdige terzijdestelling, die nochtans onlangs in het gemeen
verbintenissenrecht werden ingevoerd, uit:
- een partij kan niet zelf de nietigheid van een dading inroepen door middel van
een eenvoudige schriftelijke kennisgeving: de
buitengerechtelijke nietigheid is uitgesloten (art. 7.7.13);
- een niet-nagekomen verbintenis volstaat op zich niet om de dadingsovereenkomst
ongedaan te maken: de
buitengerechtelijke ontbinding is uitgesloten (art. 7.7.16);
- ook de prijsvermindering door kennisgeving is uitgesloten (art. 7.7.16)
Eén mogelijkheid blijft uitdrukkelijk behouden: de toepassing van een ontbindend beding. De partijen kunnen in hun dading
de voorwaarden bepalen waaronder de dading wegens niet-nakoming kan worden
ontbonden zonder voorafgaande rechterlijke beslissing, onder voorbehoud van een
eventuele latere rechterlijke toetsing.
Deze evolutie versterkt het belang van een zorgvuldige redactie van de dading:
wanneer de dading niet wordt nageleefd, zullen de daarin opgenomen mechanismen
bepalen welke reactiemogelijkheden bestaan.
Welke concrete gevolgen heeft dit voor uw dading(en)?
De hervorming biedt een uitstekende gelegenheid om uw modellen van
dadingsovereenkomsten te herbekijken. Een dading die de toegevingen nauwkeurig
vastlegt zonder de gevolgen van niet-nakoming te regelen, kan aanleiding geven
tot nieuwe geschillen.
Bijzondere aandacht moet worden besteed aan:
- de omschrijving van het geschil waarop de dading betrekking heeft;
- de omvang van de gedane afstand van rechten;
- de eventuele voorwaarden van een kwijtschelding van schuld;
- de waarborgen bij gespreide betalingen;
- en de gevolgen van een toekomstige niet-nakoming.
De tekst bepaalt dat Boek 7 BW in werking treedt op de eerste dag van de
twaalfde maand volgend op de maand van de bekendmaking ervan in het Belgisch
Staatsblad.
Dadingen gesloten vóór deze
inwerkingtreding blijven in beginsel onderworpen aan de oude regels,
tenzij de partijen anders overeenkomen. Het enkele feit dat de toekomstige
gevolgen van de dading na die datum voortduren, onderwerpt ze niet automatisch
aan het nieuwe regime.
Dadingen die na de inwerkingtreding
worden gesloten, zullen rekening moeten houden met de nieuwe bepalingen.
ONZE EXPERTISE TOT UW
DIENST
Ons Business-team begeleidt ondernemingen
regelmatig bij de onderhandeling en redactie van dadingsovereenkomsten, om
zowel de beëindiging van het geschil als de uitvoering van toekomstige
verbintenissen juridisch te beveiligen.
Wij kunnen uw lopende dadingen nakijken of
nieuwe, op uw situatie afgestemde dadingen opstellen, zodat u de toekomst met
vertrouwen tegemoet kunt zien.
10 september 2026