Het Waalse decreet van 25 april 2024 "tot wijziging van diverse decreten betreffende het leefmilieu” brengt een ingrijpende hervorming teweeg van het juridisch stelsel voor milieuvergunningen, die onder andere gevolgen zal hebben voor windenergieprojecten.
Nadat een beroep tot gedeeltelijke vernietiging van dit decreet werd ingesteld, heeft het Grondwettelijk Hof de hoofdbestanddelen van deze hervorming bekrachtigd in zijn arrest nr. 53/2026 van 23 april 2026.
Momenteel toepasselijke regeling – beperkte geldigheidsduur van milieuvergunningen
Het decreet van 25 april 2024 is nog niet in werking getreden, aangezien de datum van inwerkingtreding nog door de Waalse regering bepaald moet worden. Het is dus de vroegere regeling die nog steeds van toepassing is.
In de momenteel geldende regeling wordt een milieuvergunning in principe verleend voor een maximale duur van twintig jaar, wat verlengd wordt tot dertig jaar wanneer het een windenergieproject betreft.
Het stedenbouwkundige luik van de unieke vergunning wordt daarentegen in principe voor onbepaalde duur toegekend, tenzij de overheid de duur ervan beperkt op basis van artikel D.IV.80 van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (“CoDT”) (bijvoorbeeld bij de plaatsing van windturbines in een zone die niet bestemd is voor verstedelijking).
Goedkeuring van het decreet van 25 april 2024 en nieuwe regeling van toepassing op de milieuvergunning
Voortaan zal de milieuvergunning in principe worden verleend voor de duur van de exploitatie van de inrichting, en niet meer voor een bepaalde duur zoals voorzien in de momenteel geldende regeling.
Deze evolutie gaat gepaard met de invoering van een mechanisme voor periodieke actualisering (d.w.z. om de twintig jaar) van de bijzondere exploitatievoorwaarden van de vergunning.
Het actualiseringsmechanisme wordt door de overheid in gang gezet: vóór het verstrijken van de termijn van twintig jaar stelt de technische ambtenaar de exploitant ervan in kennis dat hij een verzoek tot actualisering moet indienen indien hij zijn activiteit wenst voort te zetten. De exploitant moet de ontvangst van deze kennisgeving bevestigen en zijn verzoek binnen de vereiste termijnen indienen; bij gebreke daarvan kan de vergunning vervallen.
De actualisering heeft tot doel de exploitatievoorwaarden aan te passen aan de huidige milieunormen en -uitdagingen, zonder het principe van een vergunning die geldig is voor de gehele duur van de exploitatie ter discussie te stellen.
Unieke vergunningen – afstemming van de duur van het milieuluik op die van het stedenbouwkundige luik
In bepaalde gevallen wordt de duur van de milieuvergunning afgestemd op die van het stedenbouwkundige luik van de unieke vergunning: wanneer het stedenbouwkundige luik voor een beperkte duur wordt verleend op basis van artikel D.IV.80 van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling (“CoDT”), wordt de milieuvergunning immers voor dezelfde duur verleend.
Wanneer het stedenbouwkundige luik van de unieke vergunning echter voor onbepaalde duur wordt verleend (wat het principe blijft), wordt de milieuvergunning voor de duur van de exploitatie verleend.
Regeling van toepassing op bestaande geldige vergunningen
Het decreet van 25 april 2024 voert een overgangsregeling in die van toepassing is op bestaande vergunningen.
Vergunningen die op het moment van inwerkingtreding van het decreet geldig zijn, worden geacht te zijn verleend voor de duur van de exploitatie van de inrichting wat het luik “milieuvergunning” betreft. Ze hoeven dus niet meer te worden verlengd bij afloop ervan, maar zullen worden onderworpen aan de procedure voor periodieke actualisering van de bijzondere exploitatievoorwaarden ervan.
Er is een specifieke overgangsregeling voorzien voor bestaande vergunningen voor windturbines. Net als voor de andere bestaande vergunningen worden wat het milieuluik betreft de vergunningen voor windturbines die geldig zijn op het moment van inwerkingtreding van het decreet geacht te zijn verleend voor de duur van de exploitatie van de inrichting.
Wat het stedenbouwkundige luik betreft, worden de bestaande vergunningen voor windturbines echter geacht te zijn verleend voor onbepaalde duur, waardoor de tijdsbeperkingen die op basis van de vorige regeling opgelegd zouden zijn kunnen worden, teniet worden gedaan.
Deze keuze ligt in het verlengde van de vorige regeling, die de economische en technische specificiteit van windenergieprojecten reeds erkende.
Bekrachtiging door het Grondwettelijk Hof van de regeling die van toepassing is op windenergieprojecten
Het Grondwettelijk Hof oordeelt in zijn arrest van 23 april 2026 dat de specifieke regeling die geldt voor windenergieprojecten noch het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie noch het recht op bescherming van een gezond leefmilieu, zoals gewaarborgd door artikel 23 van de Grondwet, schendt.
Het Grondwettelijk Hof merkt met name op dat er in de vroegere regeling al verschillen in behandeling bestonden met betrekking tot windenergieprojecten, dat deze verschillen verband houden met de aanzienlijke investeringen die vereist zijn voor windenergieprojecten en met de levensduur van de installaties, en dat ze aansluiten bij de Europese richtsnoeren die erop gericht zijn projecten op het gebied van hernieuwbare energie te bevorderen.
Dit arrest vormt een nuttige verduidelijking die de rechtszekerheid van het kader voor windenergieprojecten in Wallonië versterkt.
Nut van de hervorming in het licht van de nagestreefde doelstellingen
De hervorming die bij het decreet van 25 april 2024 is doorgevoerd, streeft naar administratieve vereenvoudiging en versterking van de rechtszekerheid voor exploitanten.
Door de logica van de periodieke verlenging van de milieuvergunning te vervangen door een vergunningsregeling die geldig is voor de duur van de exploitatie (in combinatie met een mechanisme voor de actualisering van de exploitatievoorwaarden), heeft de Waalse wetgever de stabiliteit van de vergunningen willen verzoenen met de evolutie van de milieunormen en -uitdagingen.
In de praktijk zal deze hervorming evenwel niet noodzakelijkerwijs leiden tot meer voorspelbaarheid voor de exploitanten. Net als bij een vergunningsaanvraag kan de actualisering van de exploitatievoorwaarden immers aan een grondig onderzoek onderworpen worden – en door de bevoegde autoriteit geweigerd worden, indien de exploitatievoorwaarden niet langer voldoen aan de geldende wettelijke en reglementaire vereisten.
Een dergelijke weigering heeft dezelfde gevolgen als een niet-verlenging van de vergunning, vermits de overheid dan bevoegd is om een datum vast te stellen waarop de exploitatie moet worden beëindigd.
De praktijk zal uitwijzen of deze hervorming daadwerkelijk meer zekerheid en stabiliteit biedt.