Overslaan naar inhoud

Hervorming Belgische regelgeving betalingstermijnen voor (nieuwe) overheidsopdrachten

18 september 2024

De Belgische regelgever heeft een poging ondernomen om het KB AUR inzake betalingstermijnen richtlijnconform te maken n.a.v. het arrest van het Hof van Justitie van 20 oktober 2022 (C-585/20). Door de mogelijkheid voor aanbesteders om zonder rechtvaardiging in de opdrachtdocumenten af te wijken van de nieuwe regelgeving (en zo alles bij het oude te houden), alsook het gegeven dat deze pas in werking treedt vanaf 1 januari 2025 voor uitsluitend nieuwe opdrachten, lijkt deze poging niet helemaal in zijn opzet geslaagd.

Eerder kon u in één van onze nieuwsberichten lezen dat het Europese Hof van Justitie in een arrest van 20 oktober 2022 oordeelde dat een regelgeving die voor alle handelstransacties tussen ondernemingen en overheidsinstanties standaard voorziet in een verificatie- en betalingstermijn van tezamen in totaal 60 dagen (i.p.v. in totaal 30 dagen), niet in overeenstemming is met de Europese regelgeving over betalingstermijnen.

Aangezien ook de Belgische regelgeving overheidsopdrachten standaard voorziet in een termijn van in totaal 60 dagen (een verificatietermijn van 30 dagen + een betalingstermijn van 30 dagen), volgde uit dit arrest dat ook de Belgische regelgeving overheidsopdrachten niet in overeenstemming is met het Europees recht. Het was daarom noodzakelijk dat zou worden ingegrepen om het KB AUR richtlijnconform te maken, met een verificatie- en betalingstermijn van in totaal tezamen maximaal 30 dagen.

Een dergelijk regelgevend initiatief kwam er al vrij kort na het arrest van 20 oktober 2022, maar stootte op veel weerstand langs de zijde van aanbesteders (zie o.a. het protest vanwege VVSG).

Ondanks deze weerstand is het nu dan toch zo ver: op 16 september 2024 is in het Belgisch Staatsblad een KB van 12 augustus 2024 verschenen dat wijzigingen doorvoert aan de betalingsregels voor overheidsopdrachten in het KB AUR. Het wijzigingsbesluit bepaalt dat het nazicht en de betaling moeten plaatsvinden binnen één enkele termijn, de “behandelingstermijn”, die wordt vastgesteld op 30 dagen.

Onder een aantal voorwaarden kan hiervan worden afgeweken en deze termijn alsnog worden verlengd tot max. 60 dagen: dit moet dan (i) uitdrukkelijk in de opdrachtdocumenten worden voorzien, (ii) de verlenging moet objectief gerechtvaardigd zijn op grond van de bijzondere aard of eigenschappen van de opdracht en (iii) de verlenging mag geen kennelijke onbillijkheid jegens de opdrachtnemer behelzen.

Vooral deze tweede en derde afwijkingsvoorwaarden zullen ongetwijfeld nog tot veel discussie en dus rechtsonzekerheid aanleiding geven, omdat het verslag aan de Koning stelt dat niet wordt vereist dat een rechtvaardiging van de afwijking wordt opgenomen in de opdrachtdocumenten zelf. Dit zou voor aanbesteders aanlokkelijk kunnen zijn om gemakshalve alsnog standaard in een behandelingstermijn van 60 dagen te voorzien, hetgeen het Hof van Justitie nu net niet kunnen vond.

De nieuwe regeling treedt in werking op 1 januari 2025, maar dat enkel voor nieuwe opdrachten die vanaf dan bekend worden gemaakt. Voor lopende opdrachten blijft het KB AUR aldus niet in overeenstemming met het Europees recht, waardoor de bestaande rechtsonzekerheid grotendeels blijft voortbestaan.

Voor meer informatie kan u bij Maarten Somers en Carlo Cardone terecht.

Deel deze post
Archief
Herbestemming van uw grond tot watergevoelig openruimtegebied? Claim nu uw schadevergoeding!