Overslaan naar inhoud

Op weg naar een kortere doorlooptijd en robuustere vergunningen? Een stand van zaken.[1]

24 augustus 2026

 

Op 17 juli 2026 keurde de Vlaamse Regering twee voorontwerpen van decreet[2] goed in uitvoering van het ‘Actieprogramma voor rechtszekere en robuuste vergunningen’. Het eerste voorontwerp optimaliseert de modulaire omgevingsvergunningsprocedure om vergunningstrajecten efficiënter, flexibeler en juridisch robuuster te maken. Het tweede voorontwerp bevat onder meer een belangrijke hervorming van de verkavelingsvergunningsplicht en diverse aanpassingen aan het Gemeentewegendecreet.

Scale volgt deze ontwikkelingen voor u op de voet. Als u hierbij nu reeds vragen of bedenkingen heeft, kunt u onze experten van het team Omgeving contacteren via Environmental & Planning Law Lawyer | Scale of info@scale-law.be.

Hieronder geven we een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die worden beoogd.

  1. Voorontwerp van wijzigingsdecreet over de modulaire omgevingsvergunning

Met dit voorontwerp van wijzigingsdecreet werkt de Vlaamse Regering de meest prioritaire procedurele aspecten van het Actieprogramma Vergunningen uit. De focus ligt op een efficiëntere en oplossingsgerichte vergunningverlening met meer rechtszekerheid en meer ruimte voor overleg en optimalisatie tijdens de procedure.

Let wel, het voorontwerp werd in tweede lezing goedgekeurd en ligt momenteel voor ter advies bij de Raad van State, afdeling Wetgeving. De voorgestelde wijzigingen, hieronder besproken, zijn dus nog niet definitief. Of de wijzigingsdecreten definitief zullen worden goedgekeurd, en wanneer zij in voorkomend geval in werking zullen treden, is momenteel nog niet bekend.

Ongetwijfeld zullen de voorgestelde wijzigingen verdere debatten uitlokken, bijvoorbeeld rond het recht op toegang tot de rechter, maar het is vooral de bedoeling van deze nieuwsbrief om een overzicht te bieden van de meest in het oog springende nieuwe elementen. In wat volgt gaan we in op enkele van die markante nieuwigheden

Invoering van een (drievoudige) pauzeknop

Eén van de meest opvallende nieuwigheden is het voorstel tot invoering van een vaste termijnverlenging van zestig dagen – op verzoek van de aanvrager – tijdens de vergunningsprocedure. Deze zogenaamde ‘pauzeknop’ creëert ruimte voor bijkomend overleg, bemiddeling of aanpassingen aan het vergunningsdossier. Zo moet een initiatiefnemer geen nieuwe aanvraag indienen om, indien vereist, het dossier binnen een zeer korte termijn nog te remediëren, bijvoorbeeld naar aanleiding van ongunstige adviezen. Momenteel bestaat alleen in de administratieve beroepsfase een eenmalig, gemotiveerd verzoek tot termijnverlening (artikel 66, §2/1 OVD).

De nieuwe pauzeknop kan maximaal drie keer per administratieve aanleg worden aangewend. Bovendien kan ze gecombineerd worden met termijnverlengingen die samenhangen met:

  i) het openbaar onderzoek (max. 1x verlenging);
  ii) een vereiste wegenisbeslissing (max. 1x verlenging);
  iii) een administratieve lus (max. 1x verlenging); en
  iv) een wijzigingslus (max. 2x verlenging).

Let wel, een druk op de pauzeknop is niet mogelijk tijdens het openbaar onderzoek en tijdens de termijnen voor advisering zelf, uitgezonderd de adviestermijn van de omgevingsvergunningscommissie.

Recht op vooroverleg

Vergunningsaanvragers krijgen een expliciet, decretaal verankerd recht op vooroverleg met de bevoegde overheid en, indien nodig, de betrokken adviesinstanties. Het formeel en inhoudelijk kader van het overleg is in principe flexibel en wordt niet sterk geformaliseerd. Het doel is om door middel van dialoog mogelijke knelpunten te identificeren en op te lossen nog vóór de indiening van de aanvraag.

Aanpassing van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek

Tijdens het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek zal de initiatiefnemer de touwtjes steviger in handen houden. De overheid zal eenmalig de redenen kunnen vermelden die volgens haar aanleiding geven tot niet-ontvankelijkheid of onvolledigheid en daarbij vragen om de aanvraag in te trekken of te vervolledigen. Het is dan echter aan de vergunningsaanvrager om te bepalen wat hij daarmee doet. De aanvrager kan:

  • zijn aanvraag intrekken;
  • zijn aanvraag vervolledigen; of
  • laten weten dat hij een intrekking of vervollediging niet nodig acht.

Bij gebrek aan tijdige reactie – binnen zestig dagen na de vraag tot intrekking of vervollediging – zal de aanvraag van rechtswege worden stopgezet.

Waar vandaag de vergunningverlenende overheid of de bevoegde omgevingsambtenaar beslist of een dossier volledig en ontvankelijk is en, al dan niet na vervollediging, verder kan worden behandeld, zal het in de toekomst aan de aanvrager zijn om te beslissen of de aanvraag wordt voortgezet. Dit is dan uiteraard op eigen risico.

Met deze wijzigingen wil de decreetgever meer duidelijkheid geven over de aanvang van de procedure en de toepasselijke termijnen.

Maatschappelijke meerwaarde als beoordelingscriterium

Vergunningverlenende overheden zullen expliciet rekening kunnen houden met een nieuw beoordelingscriterium binnen het vergunningsproces, nl. de ‘maatschappelijke meerwaarde van een project’.

Naast de klassieke juridische en sectorale toetsen moet dit nieuwe beoordelingscriterium ertoe leiden dat de maatschappelijke, economische, sociale, culturele en ecologische baten van een project uitdrukkelijk mee kunnen worden afgewogen tegenover de kosten en hinder van het project, voor zover de overheid over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikt. De aanvaardbaarheid van de hinder kan dus anders beoordeeld worden naargelang het project een grotere of kleinere maatschappelijke meerwaarde heeft. Het is de bedoeling dat maatschappelijke meerwaarde een meer expliciete en grotere rol/weging krijgt in de beoordeling van vergunningsaanvragen.

Voorlopig stuurt de decreetgever aan op een geval-per-geval invulling van dit criterium, waarbij ook de administratieve rechtspraak haar rol zal spelen.

Versterkte rol van overleg en advisering

Het concept van “preadviezen” wordt ingevoerd. Dit staat voor de insteek van de adviesinstanties die aan het overleg van de omgevingsvergunningscommissie deelnemen, ter voorbereiding van het geïntegreerde advies van de commissie.

De rol van die omgevingsvergunningscommissie wordt tevens verder uitgebouwd. De toelichting bij het voorontwerp benadrukt een probleemoplossende, bemiddelende houding indien adviesinstantie en initiatiefnemer het oneens zijn. Door aanvragers, adviesinstanties, lokale besturen en andere betrokken actoren meer met elkaar in dialoog te brengen, wil de decreetgever komen tot beter onderbouwde en meer toekomstgerichte beslissingen. De pauzeknop vormt hiertoe ook een belangrijk middel, bijvoorbeeld in situaties waarin initiatiefnemers geconfronteerd worden met een ongunstig preadvies.

Vereenvoudiging van de geïntegreerde procedure en de zaak der wegen

Het voorontwerp stelt een aanpassing van de geïntegreerde procedure van de “zaak der wegen” voor. Het georganiseerd administratief beroep bij de Vlaamse Regering tegen een gemeenteraadsbesluit wil de decreetgever vervangen door een verplichte heroverweging van de beslissing door de gemeenteraad, uitgewerkt als module binnen het Omgevingsvergunningsdecreet.

Als de wegenisbeslissing van de gemeenteraad in de beslissing over de vergunning geïntegreerd is, kan een beroep aangetekend worden tegen de vergunningsbeslissing waarbij tegelijk argumenten kunnen worden aangevoerd tegen de gemeenteraadsbeslissing. Als in het administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing effectief argumenten worden aangevoerd tegen de oorspronkelijke wegenisbeslissing, wordt de gemeenteraad opnieuw samengeroepen om zijn beslissing te heroverwegen.  

Eén openbaar onderzoek en een verplicht herzieningsverzoek

Het uitgangspunt wordt dat in eerste aanleg nog slechts één openbaar onderzoek wordt georganiseerd bij de aanvang van de procedure.

Naast het administratief beroep tegen een vergunnings- of weigeringsbesluit wordt wel een nieuwe inspraakmogelijkheid ingevoerd. Voordat men naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen kan stappen, zal men eerst een verplichte herzieningsprocedure moeten doorlopen.

Het zogenaamde verzoek tot herziening biedt betrokken partijen de mogelijkheid om, nadat de overheid in laatste of enige administratieve aanleg een beslissing heeft genomen, hun argumenten daartegen eerst voor te leggen aan diezelfde overheid. Hiervoor speelt een (korte) termijn van vijftien dagen. Zo krijgt de overheid nog de mogelijkheid om haar beslissing te herzien of bij te sturen vóór een procedure wordt opgestart bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Het herzieningsverzoek heeft schorsende werking.

De heropflakkering van de stel- en attentieplicht

Daarnaast wordt meer nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van belanghebbenden door middel van een stel- en attentieplicht: alle argumenten moeten tijdig tijdens de administratieve procedure en ten laatste bij het herzieningsverzoek worden ingebracht. Deze argumenten kunnen dus niet voor het eerst voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen worden aangevoerd, uitgezonderd die argumenten die inspelen op wijzigingen die pas voor het eerst in de herzieningsbeslissing werden aangebracht.

Intrekking van de vergunning bij jurisdictioneel beroep

Vergunningverlenende overheden krijgen de mogelijkheid om een vergunning in te trekken tijdens de jurisdictionele procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, dit zowel op eigen initiatief als op verzoek van de vergunningsaanvrager. Die intrekking wordt dan niet beschouwd als een erkenning van de onwettigheid of onregelmatigheid van de ingetrokken beslissing. Aansluitend kan de vergunningverlenende overheid een nieuwe, verbeterde beslissing nemen.

   2. Voorontwerp van wijzigingsdecreet: varia Actieprogramma Vergunningen

Het tweede voorontwerp van wijzigingsdecreet geeft uitvoering aan de beleidsaanbevelingen uit het Actieprogramma. Dat gebeurt onder meer via de hervorming van de verkavelingsvergunningsplicht, de hervorming van het Gemeentewegendecreet en ingrepen in de VCRO. Het voorontwerp werd een eerste maal principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering en wordt momenteel voor advies voorgelegd aan de strategische adviesraden. Ten vroegste in het najaar van 2026 zal de Vlaamse Regering, na verwerking van deze adviezen, het voorontwerp opnieuw kunnen goedkeuren en voorleggen aan de Raad van State voor advies. Ook deze hervormingen zijn dus nog niet definitief. Hierna worden enkele kernpunten aangestipt.

Hervorming van de verkavelingsvergunningsplicht

De laatste jaren geeft het toepassingsgebied van de verkavelingsvergunningsplicht aanleiding tot tal van discussies en rechtsonzekerheid. De verkavelingsvergunningsplicht wordt daarom hervormd en vereenvoudigd met het oog op meer rechtszekerheid.

Het voorontwerp wijzigt de definitie van “verkavelen” (art. 4.1.1, 14°, VCRO) en verduidelijkt het toepassingsgebied van de verkavelingsvergunningsplicht (art. 4.2.15, §1, VCRO). Daarnaast worden drie uitzonderingen op de verkavelingsvergunningsplicht ingevoerd, weliswaar met behoud van een verkavelingsrecht:

  • een verkoop op plan waarvoor een definitieve, uitvoerbare, niet-vervallen omgevingsvergunning is verleend (mits de lasten in de vergunning zijn uitgevoerd of gewaarborgd);
  • een éénlotsverkaveling (mits de koper over een definitieve, uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning beschikt op het ogenblik van de overdracht van de onbebouwde kavel); en
  • een gemeentelijk RUP waarin de verkavelingsvergunningsplicht voor woongebieden is afgeschaft (mits naleving van randvoorwaarden).

Bovendien wordt het verordenend karakter van verkavelingsvoorschriften in de tijd beperkt. Voortaan zullen de voorschriften nog slechts gedurende vijftien jaar bindend zijn. Daarna zullen de verkavelingsvoorschriften en het verkavelingsplan van rechtswege hun reglementaire karakter verliezen. Oude verkavelingsvoorschriften zullen daardoor niet langer automatisch als bindend toetsingskader gelden. Alleen de gemeenteraad kan gemotiveerd besluiten om het reglementair karakter van de voorschriften na de termijn van vijftien jaar te behouden.

Optimalisatie van het Gemeentewegendecreet

Uit het Actieprogramma is gebleken dat het huidige Gemeentewegendecreet regelmatig tot formalistische discussies leidt, onder meer op het vlak van de rooilijnplannen en de toepassing van de geïntegreerde procedure met de omgevingsvergunning (cf. artikel 12, §2 Gemeentewegendecreet).

Om deze knelpunten weg te werken, bevat het voorontwerp verschillende vereenvoudigingsmaatregelen. De bedoeling is om formalisme te beperken, te focussen op de essentie en nodeloze procedurele vertragingen te vermijden.

  • De kwalificaties ‘aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg’ worden verlaten. De gemeenteraad wordt voortaan exclusief bevoegd voor alle beslissingen over ‘wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet’. Een louter tijdelijke wijziging aan het gemeentelijke wegennet die nodig is voor de uitvoering van stedenbouwkundige handelingen, vereist niet langer een gemeenteraadsbeslissing. Voor windturbineprojecten is dit zeer relevant. 

  • De verplichting voor gemeenten om de ligging van al hun gemeentewegen vast te leggen in gemeentelijke rooilijnplannen wordt geschrapt. Zo wordt het voegen van een rooilijnplan niet langer verplicht bij de feitelijke vaststelling van een dertigjarig publiek gebruik: een grafisch plan volstaat. Ook in de geïntegreerde procedure met de omgevingsvergunning dient een initiatiefnemer niet langer een rooilijnplan te voegen. De weggrenzen uit vergunningsplannen zijn niet langer ‘rooilijnen’ maar ‘feitelijke weggrenzen’, die grafisch moeten worden aangeduid op de plannen. De opmaak van een rooilijnplan blijft evenwel verplicht indien de gemeenteraad wijzigingen wil aanbrengen aan het gemeentelijke wegennet buiten het kader van een omgevingsvergunning.

  • De Raad voor Vergunningsbetwistingen wordt bevoegd voor de schorsing en vernietiging van gemeenteraadsbeslissingen over de zaak der wegen in de geïntegreerde procedure. Samen met het beroep tegen de omgevingsvergunning zal de Raad zich buigen over het jurisdictioneel beroep tegen de (al dan niet herziene) gemeenteraadsbeslissing over de zaak der wegen.[3]

Schrapping van ‘BGO’s’

De omschrijving van een goede ruimtelijke ordening (artikel 4.3.1, §2 VCRO) wordt aangepast met het oog op meer voorspelbaarheid. Het instrument van de ‘beleidsmatig gewenste ontwikkeling’ zal daarom worden geschrapt.

Versoepelde afwijkingsmogelijkheid en eenvoudigere wijzigingen van BPA’s én RUP’s

De mogelijkheid om af te wijken van oude, vaak achterhaalde stedenbouwkundige voorschriften uit BPA’s wordt hervormd en uitgebreid tot RUP’s. De regeling blijft beperkt tot inrichtingsaspecten en zal gelden voor voorschriften die minstens tien jaar oud zijn.

Ook de reeds bestaande vereenvoudigde procedure voor wijzigingen van bepaalde BPA-voorschriften – nu opgenomen in artikel 7.4.4/1 VCRO – wordt vervangen door een ruimere procedure voor de herziening of opheffing van voorschriften van BPA’s én RUP’s.

***

Auteurs: Kristof Hectors – Céline Bimbenet – Pieter Mertens (Scale)

 

 


[1] Met dank aan zomerstagiaire Julie Verbrugghe voor haar gewaardeerde bijdrage.

[2] (1) Voorontwerp van decreet tot wijziging van verschillende decreten naar aanleiding van de invoering van de modulaire omgevingsvergunningsprocedure, VR 17 juli 2026, nr. 0899/2bis, https://www.vlaanderen.be/vlaamse-regering/beslissingen-van-de-vlaamse-regering/invoering-modulaire-omgevingsvergunningsprocedure-wijziging-verschillende-decreten.

     (2) Voorontwerp van decreet tot wijziging van verschillende decreten naar      aanleiding van het Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen en van optimalisaties van de regeling rond gemeentewegen, VR 17 juli 2026, nr. 0900/2ter, https://www.vlaanderen.be/vlaamse-regering/beslissingen-van-de-vlaamse-regering/actieprogramma-rechtszekere-en-robuuste-vergunningen-en-optimalisaties-regeling-gemeentewegen-voorontwerp-van-wijzigingsdecreet.

[3] Zie hoger ‘Vereenvoudiging van de geïntegreerde procedure en de zaak der wegen’.

Deel deze post
Archief
Erfpacht of concessie voor diensten? De Raad van State schept duidelijkheid