1. Wat B2C-ondernemingen moeten
onthouden
De wet van 22 juli 2026, die Richtlijn (EU) 2024/825
("EmpCo") omzet, wijzigt vanaf 27 september 2026 de boeken I
en VI van het Wetboek van Economisch Recht ("WER"). De wet versterkt
de precontractuele informatieverplichtingen en verbiedt een reeks nieuwe
praktijken inzake greenwashing, duurzaamheid, herstelbaarheid en digitale
producten.
Elke onderneming die goederen, digitale inhoud of diensten
verkoopt of promoot bij consumenten, doet er goed aan haar reclame-uitingen,
verpakkingen, websites, verkoopprocessen en informatie-uitwisseling met
producenten en leveranciers opnieuw onder de loep te nemen. Voor de algemene context verwijzen we naar onze vorige nieuwsbrief.
2.
Welke
informatie moet vóór de verkoop worden verstrekt?
De verplichtingen verschillen naargelang het product, het
verkoopkanaal en de informatie die door de producent wordt meegedeeld. In
hoofdzaak hebben zij betrekking op vier onderwerpen:
- Wettelijke garantie: bij de verkoop van goederen moet een geharmoniseerde kennisgeving over het bestaan en de belangrijkste kenmerken van de wettelijke garantie zichtbaar worden weergegeven, zowel in de winkel als online, overeenkomstig het toepasselijke model en met een werkende QR-code.
- Repareerbaarheid: de verkoper moet de Europese repareerbaarheidsindex meedelen wanneer deze bestaat en door de producent werd verstrekt. Indien dit niet het geval is, moet hij de beschikbare informatie verstrekken over reserveonderdelen, de geschatte kosten, de bestelprocedure en de beschikbaarheid van reparatie- en onderhoudsinstructies.
- Commerciële duurzaamheidsgarantie: een geharmoniseerd label moet worden weergegeven wanneer de garantie kosteloos door de producent wordt aangeboden, van toepassing is op het volledige product en langer duurt dan twee jaar.
- Verkoop op afstand: voor verkopen op afstand moeten de nieuwe
informatieverplichtingen eveneens online aan de consument ter beschikking
worden gesteld. Daarnaast moet de consument worden geïnformeerd over eventuele
milieuvriendelijkere leveringsopties en, voor digitale producten, over
software-updates en hun gevolgen.
3. De twaalf voortaan verboden
praktijken
Milieu- en sociale kenmerken en aspecten die verband houden
met circulariteit, duurzaamheid, repareerbaarheid en recycleerbaarheid, worden
voortaan uitdrukkelijk mee in aanmerking genomen bij de beoordeling of een
handelspraktijk misleidend is (art. VI.97 WER).
Daarenboven worden twaalf nieuwe praktijken toegevoegd aan
de "zwarte lijst" van artikel VI.100 WER. Deze praktijken zijn
verboden zonder dat moet worden aangetoond dat zij het economisch gedrag van de
consument daadwerkelijk hebben beïnvloed.
Deze verboden kunnen worden onderverdeeld in vier
categorieën:
Milieulabels en milieuclaims[1]:
- het gebruik van een label zonder certificeringssysteem of zonder erkenning door een overheidsinstantie;
- het gebruik van een algemene milieuclaim zonder erkende uitstekende milieuprestatie;
- een milieuclaim die betrekking lijkt te hebben op het volledige product of de volledige onderneming, terwijl zij slechts een beperkt aspect betreft;
- claims inzake klimaatneutraliteit of emissiereductie die uitsluitend steunen op compensatiemaatregelen buiten de eigen waardeketen;
- het voorstellen als bijzonder voordeel van een vereiste die reeds wettelijk verplicht is.
Digitale producten:
- het verzwijgen van een bekende negatieve impact van een update;
- het voorstellen van een loutere functionaliteitsverbetering
als noodzakelijk voor conformiteit.
Duurzaamheid en herstelbaarheid:
- het verbergen van een eigenschap die de levensduur van een product beperkt;
- ongefundeerde beweringen over een bepaalde duurzaamheid;
- een product voorstellen als repareerbaar terwijl dat niet
het geval is.
Verbruiksgoederen, onderdelen en accessoires:
- consumenten aanzetten tot vervanging van een verbruiksgoed voordat dit technisch gerechtvaardigd is;
- het verbergen van informatie over de verslechtering van de functionaliteit van goederen, accessoires of verbruiksgoederen van derden op de functionaliteit van het product.
De praktische vuistregel is eenvoudig: de draagwijdte van een boodschap moet exact overeenstemmen met de werkelijkheid die kan worden aangetoond. Zo mag een product niet worden voorgesteld als "gemaakt van gerecycleerde materialen" wanneer enkel de verpakking uit gerecycleerd materiaal bestaat. Ook cijfermatige beweringen over levensduur of herstelbaarheid moeten steunen op betrouwbare gegevens en op een daadwerkelijk beschikbare oplossing.
4. Inwerkingtreding, overgangsregeling
en risico's
De nieuwe regels treden zijn in werking getreden op 27
september 2026. Voor bepaalde goederen die vóór die datum reeds werden
geproduceerd, verpakt of op de markt gebracht, geldt een overgangsperiode van
zes maanden. Na zes maanden moeten alle goederen aan de nieuwe regels voldoen.
Niet-naleving kan aanleiding geven tot de controle- en
sanctiemechanismen van het WER, alsook tot burgerrechtelijke vorderingen met
betrekking tot de nieuwe verboden praktijken uit de zwarte lijst. Daarbovenop
komen mogelijke verplichte stopzetting of intrekking van campagnes, klachten
van consumenten of concurrenten en reputatieschade. Ondernemingen doen er dan
ook goed aan hun huidige communicatie, marketingmaterialen en
informatieverstrekkingsprocessen juridisch te laten toetsen aan het nieuwe
kader.
[1] De hervorming definieert het begrip milieuclaim ruim: elke commerciële boodschap, inclusief tekst, een afbeelding, een grafische weergave of een symbool zoals een label, handelsmerk, bedrijfsnaam of productnaam, in commerciële communicatie, die stelt of suggereert dat een product, productcategorie, handelsmerk of onderneming een positieve of neutrale impact heeft op het milieu, minder schadelijk is voor het milieu dan andere producten, productcategorieën, handelsmerken of ondernemingen, of zijn milieu-impact in de loop der tijd heeft verbeterd (art. I.8, 49° WER).