Skip to Content

Zesde staatshervorming: Gerechtelijk arrondissement Brussel

23 September 2012

1. INLEIDING Met het oog op de zesde staatshervorming is het niet onbelangrijk even stil te staan bij de wijzigingen die het gerechtelijk arrondissement Brussel zal ondergaan. Hieronder wordt een beknopt praktisch overzicht gegeven van deze wijzigingen, die werden bijeengebracht in de wet van 19 juli 2012. 2. WIJZIGINGEN VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK Door de wet van 19 juli 2012 wordt niet het gerechtelijk arrondissement gesplitst. Wel wordt het administratief arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde opgedeeld in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde. Dit houdt concreet in dat in Brussel bepaalde rechtbanken ontdubbeld worden en dat het parket gesplitst wordt. a. SPLITSING VAN HET PARKET Brussel-Hoofdstad en het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde krijgen hun eigen procureur des Konings. Dit wil zeggen dat de procureur des Konings van Brussel bevoegd zal zijn voor politierechtbanken, voor rechtbanken van eerste aanleg en voor rechtbanken van koophandel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. De procureur des Konings van het arrondissement Halle-Vilvoorde zal bevoegd zijn voor alle politierechtbanken, voor de Nederlandstalige arrondissementsrechtbank, voor de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg en voor de Nederlandstalige rechtbank van koophandel met zetel in het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde. Er zijn in het gerechtelijk arrondissement twee arbeidsauditeurs. Er is een arbeidsauditeur voor het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en één voor het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde. Er wordt een coördinatiecomité opgericht met als opdracht overleg te verzekeren tussen beide parketten en arbeidsauditoraten op het vlak van opsporing, gerechtelijk onderzoek, uitoefening van de strafvordering en strafuitvoering in het gerechtelijk arrondissement Brussel. b. RECHTBANKEN ONTDUBBELD Het gerechtelijk arrondissement Brussel wordt opgedeeld in een Franstalige en Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg, rechtbank van koophandel, arbeidsrechtbank en arrondissementsrechtbank. De politierechtbank van Brussel-Hoofdstad wordt eveneens ontdubbeld in een Nederlandstalige en Franstalige rechtbank. Dit is niet het geval voor het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde. De vredegerechten worden daarentegen niet onderverdeeld in een Nederlandstalige en Franstalige rechtbank. In het gerechtelijk arrondissement Brussel houdt het hof van assisen zitting in de zetel van de Franstalige of Nederlandstalige rechtbank wanneer de rechtspleging respectievelijk in het Frans of in het Nederlands wordt gevoerd. Eén derde van de magistraten van zowel de Nederlandstalige als Franstalige rechtbanken moeten functioneel tweetalig zijn. 3. TAALGEBRUIK Hoofdstuk 4 bepaalt de wijzigingen in het gebruik van talen ten aanzien van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. In grote lijnen blijft de taalwet van 1935 behouden. Voor de rechtsonderhorige is er in het gerechtelijk arrondissement Brussel nog altijd de mogelijkheid tot het wijzigen van de taal. Toch zijn er een aantal regels die veranderen. Het uitgangspunt is als volgt: - voor de Franstalige rechtbanken van het arrondissement Brussel, gebeurt de gehele rechtspleging in betwiste zaken in het Frans; - voor de Nederlandstalige rechtbanken van het arrondissement Brussel in het Nederlands. De akte tot inleiding van het geding wordt in het Frans gesteld, indien de verweerder woonachtig is in het Frans taalgebied, in het Nederlands, indien de verweerder woonachtig is in het Nederlands taalgebied; in het Frans of in het Nederlands, ter keuze van de eiser, indien de verweerder woonachtig is in een gemeente van de Brusselse agglomeratie of geen gekende woonplaats in België heeft. De rechtspleging wordt vervolgens voortgezet in de taal van de akte tot inleiding van het geding, tenzij de verweerder, vóór alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de vrederechter, dan wel naar de anderstalige rechtbank van het arrondissement wordt verwezen, indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel of de politierechtbank Het is echter zo dat partijen die in het gerechtelijk arrondissement Brussel gedomicilieerd zijn en onderling tot overeenstemming komen over de taal van de rechtspleging, vrijwillig voor de bevoegde rechtbank kunnen verschijnen. Daarnaast kunnen partijen ook in een gemeenschappelijk akkoord vragen om van taal te veranderen of om te worden doorverwezen. De wet voorziet daarin in een nieuwe procedure. In essentie komt het er op neer dat een vraag in gemeenschappelijk akkoord dient te worden ingediend bij de griffie van de betrokken rechtbank waarna de rechter binnen 15 dagen een beslissing neemt. Indien er geen beslissing komt binnen deze termijn, kan dit worden gezien als een aanvaarding of een doorverwijzing. Echter, de appreciatiebevoegdheid van de rechter wordt beperkt indien de verweerders gedomicilieerd zijn in de 6 randgemeenten en de 19 Brusselse gemeenten. De rechter kan dan de aanvraag tot verwijzing of verandering van de taal slechts weigeren indien: • de vraag tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken, of • de vraag tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding. Indien de burgerlijke rechtscolleges of de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel de regels inzake taalgebruik schenden, kunnen de partijen hiertegen beroep instellen bij de Franstalige en Nederlandstalige arrondissementsrechtbanken, die gezamenlijk bij uitsluiting bevoegd zijn in volle rechtsmacht, volgens een procedure zoals in kort geding. Ten slotte kan er nog worden opgemerkt dat er heel wat specifieke regels zijn met betrekking tot de samenstelling van de rechtbanken en het parket in Brussel enerzijds, Halle-Vilvoorde anderzijds. Ook voor wat betreft de talenkennis van de magistratuur zijn er specifieke regels voorzien. De voorwaarde een grondige kennis te hebben van de andere taal, is hierbij een must. 4. INWERKINGTREDING De artikelen 57 t.e.m. 60, m.b.t. de invulling van de taalkaders en de nieuwe kaders, traden reeds in werking vanaf hun publicatie in het staatsblad, zijnde 28 augustus ll. Zo ook de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 5, die de overplaatsing van de rechters e.a. in deze nieuwe structuur regelen. Over de concrete invulling van de kaders bestaat discussie. De wet vervangt de huidige kaders van 1/3e Nederlandstalige magistratuur en 2/3e Franstalige magistratuur door een nieuwe verhouding van20% Nederlandstalige en 80% Franstalige magistratuur. Bij een gelijke werklast voor minder Nederlandstalige magistraten, zou door de gestegen werkdruk de doorlooptijd voor Nederlandstalige dossiers aanzienlijk (beweerdelijk met gemiddeld 6 maanden) toenemen. Op 25 september 2012 hebben de Orde van Vlaamse Balies, de Nederlandstalige magistratuur en de griffiers bevestigd dat zij naar het Grondwettelijk Hof stappen om de vernietiging te vragen van de nieuwe regeling. Van zodra aan de bepalingen van de artikelen 57 t.e.m. 60 voor 90 % voldaan is, treden de andere bepalingen van de wet van 19 juli 2012 in werking. M.a.w.: wanneer de invulling van de taalkaders en de nieuwe kaders voor 90 % is volbracht, zal de wet volledig van kracht zijn. Ook artikel 157 bis van de Grondwet zal dan in werking treden. Dit kersverse grondwetsartikel regelt de noodzakelijkheid van een bijzondere meerderheid om in de toekomst te kunnen raken aan de essentiële elementen van deze staatshervorming. De Koning moet bij besluit vaststellen dat de invulling van 90 % bereikt is. Vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op de bekendmaking van dat besluit in het Belgisch Staatsblad, wordt de wet in haar geheel van toepassing. Er wordt bovendien een comité opgericht om de procedure van de inwerkingtreding nauwgezet op te volgen. 5. CONCLUSIE Zoals blijkt uit het voorgaande, zijn er een aantal belangrijke wijzigingen op komst. De splitsing van het parket en de ontdubbeling van de rechtbanken alsook een aantal belangrijke wijzigingen inzake het gebruik van talen zullen ongetwijfeld hun consequenties hebben voor procedures in het Brusselse. Om de wijzigingen niet te bruusk te doen intreden, is er voorzien in een soort van overgangsperiode waarbij de magistratuur de kans krijgt de (taal)kaders in te vullen, alvorens de rest van de wet in werking treedt. Eén en ander hangt weliswaar af van de draagwijdte en de afloop van het aangekondigde vernietigingscontentieux bij het Grondwettelijk Hof – wordt vervolgd.

Share this post
Archive