Skip to Content

Aanwezigheidsregistratie vanaf 500.000 EUR: gedoogperiode tot eind november 2016

5 April 2016

In een eerdere nieuwsflash kon u lezen dat vanaf 1 maart 2016 de drempel voor de verplichte elektronische aanwezigheidsregistratie op bouwwerven werd verlaagd naar 500.000 EUR, maar dat de uitvoerende wetteksten op zich lieten wachten.

Op 19 februari verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit dat deze verlaging daadwerkelijk in de regelgeving inschrijft, met inwerkingtreding op 1 maart 2016.

De Nationale Arbeidsraad (NAR) stelde zich bij het ontwerp van koninklijk besluit vragen bij het temporeel toepassingsgebied van de verlaging van het drempelbedrag en was van oordeel dat de wetswijziging geen impact mocht hebben op de tijdelijke en mobiele werkplaatsen die werden aangevat vóór de inwerkingtreding van het Koninklijk Besluit en tussen de 500.000 en 800.000 EUR bedragen. Net zoals bij de oorspronkelijke invoering van de verplichte aanwezigheidsregistratie is de NAR ook een duidelijke voorstaander van de in acht name van een tolerantieperiode door de inspectiediensten, zodat de actoren op het terrein voldoende tijd hebben zich te conformeren naar de gewijzigde wetgeving.

Op 11 maart 2016 keurde ministerraad op voorstel van voormalig staatssecretaris voor sociale fraude Bart Tommelein het “Actieplan 2016 voor de strijd tegen de sociale fraude en de sociale dumping” goed. In dit Actieplan komt de regering gedeeltelijk tegemoet aan de suggesties van de NAR.

Zo zal gedurende de eerste negen maanden na de inwerkingtreding van het KB, dus tot eind november 2016, worden voorzien in een gedoogperiode m.b.t. de verlaging van de drempel naar 500.000 EUR. De sociale inspectiediensten en de RSZ zullen gedurende deze termijn geen sancties opleggen, maar begeleidend en informatief optreden. De regering vraagt ook aan de bevoegde diensten (o.a. RSZ) een communicatiecampagne op te starten met de bedoeling ondernemingen die onder het verlaagde toepassingsgebied vallen correct te informeren over hun verplichtingen.   

Het gedoogbeleid geldt eveneens voor de aanwezigheidsregistratie in de schoonmaaksector, in het bijzonder de werven die niet samenvallen met bouwwerven, daar er op dit gebied heden nog veel onduidelijkheid bestaat.

Tot slot maakte de NAR ook een aantal opmerkingen m.b.t. het personele toepassingsgebied van de verplichte aanwezigheidsregistratie. Zo wenste de NAR dat architecten zouden worden uitgesloten van de verplichting tot registreren, daar deze beroepsgroep niet fraudegevoelig is.

In het Actieplan bevestigt de bevoegde staatssecretaris dat de aanwezigheidsregistratie van architecten geen prioriteit zal zijn voor de inspectiediensten. De wet zou echter pas vanaf 1 januari 2017 worden aangepast, in het kader van een algemene bijsturing van de wettelijke bepalingen.

Voor meer info over dit specifieke onderwerp, kan u Sébastien van Damme (auteur) en Sara Cockx (auteur en celhoofd) raadplegen.

Share this post
Labels 
Archive