A. Enkele belangrijke aanpassingen aan de procedureregeling voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen (1) 1. Met het Decreet van 6 juli 2012 houdende wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wat betreft de Raad voor Vergunningsbetwistingen, heeft de decreetgever een grondige aanpassing van de rechtspleging voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen doorgevoerd (BS 24 augustus 2012). Bedoeling is het proces sneller en efficiënter te laten verlopen. Een zeer belangrijke innovatie is de uitbreiding van de uitspraakbevoegdheden van de Raad, naast zijn schorsings- en vernietigingsbevoegdheid. Het is de bedoeling dat de Raad een oplossingsgerichte rechtspraak ontwikkelt waarbij de uitspraken het geschil definitief oplossen. Het Decreet introduceert met het oog daarop in de rechtspleging voor de Raad de ‘bestuurlijke lus’ en de ‘bemiddeling’. - De ‘bestuurlijke lus’ houdt in dat de Raad ter oplossing van een betwisting in elke stand van het geding via een tussenarrest aan het vergunningverlenende bestuursorgaan de mogelijkheid kan bieden om binnen een door de Raad bepaalde termijn en onder bepaalde voorwaarden een (herstelbare) onregelmatigheid in de bestreden beslissing te (laten) herstellen (artikel 4.8.4 VCRO). “De vernietiging zou enkel mogen uitgesproken worden op grond van een onherstelbare onwettigheid, zodat het vergunningverlenende bestuursorgaan meteen weet dat het niet opnieuw dezelfde beslissing kan nemen”. - ‘Bemiddeling’ wordt eveneens ingevoerd als alternatieve geschillenbeslechting en kan door de Raad met een tussenuitspraak bevolen worden op gezamenlijk verzoek van partijen of op eigen initiatief mits akkoord van de partijen, zolang het beroep niet in beraad is genomen (artikel 4.8.5 VCRO). In die gevallen waarin er onderhandelingsmarge en bereidheid tot dialoog bestaat, kan aldus mogelijk voorkomen worden dat de vernietiging moet worden uitgesproken. Met de introductie van de ‘vereenvoudigde behandeling’ kan ambtshalve worden nagekeken of een beroep doelloos is of kennelijk niet-ontvankelijk, of dat de Raad kennelijk onbevoegd is (artikel 4.8.14 VCRO). De ‘vereenvoudigde behandeling’ is een aangepaste procedure voor eenvoudig te berechten beroepen waarbij enkel de verzoeker betrokken wordt en de Raad op korte termijn uitspraak doet. Besluit de Raad - op grond van een eenvoudige lezing van het verzoekschrift of van de stukken - dat het beroep doelloos is of kennelijk niet-ontvankelijk, of dat hij kennelijk onbevoegd is, dan eindigt de procedure daarmee. Enkele procedurele efficiëntieregels zijn de invoering van het verplicht ‘enig verzoekschrift’ dat een vereiste van ontvankelijkheid wordt indien naast de vernietiging ook de schorsing van de beslissing wordt gevorderd (artikel 4.8.15 VCRO) en het ‘verzoek tot voortzetting van de vernietigingsprocedure’ (artikel 4.8.19 VCRO). Het uitvoeringsbesluit van het Decreet (cfr. infra) werkt een nieuwe regeling uit van de vordering tot schorsing als afzonderlijke rechtspleging (artikel 4.8.20 VCRO). 2. Opdat de Raad bij de start van zijn nieuw werkingsjaar per 1 september 2012 van start kon gaan met de nieuwe procedureregeling, heeft ook de Vlaamse Regering niet getalmd met de uitvoering van de procedureregeling. Na een behandeling bij spoedprocedure werd op 13 juli 2012 het Besluit van de Vlaamse Regering houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen genomen (BS 8 augustus 2012). De slotbepalingen van dit Besluit bepalen dat zowel het Decreet van 6 juli 2012 als het Besluit van 13 juli 2012 per 1 september 2012 in werking treden. De nieuwe procedures van de bestuurlijke lus en bemiddeling kunnen enkel worden toegepast op beroepen die zijn ingediend na de datum van inwerkingtreding van het Decreet. Beroepen die eerder werden ingediend worden behandeld volgens de oude procedureregels (artikel 8 en 9 van het Decreet). B. Geplande wijziging aan de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (2) Bij persmededeling dd. 21 september 2012 werd bekend gemaakt dat de ministerraad op voorstel van minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wijzigt. De wijziging past de chronologische volgorde waarin de auditeur zijn verslag ter kennis brengt van de verschillende partijen aan om de partijen in staat te stellen op de hoogte te zijn van de laatste memories van de andere partijen. Concreet zou de auditeur van de afdeling bestuursrechtspraak in zijn conclusies de chronologische volgorde aangeven waarin zijn verslag ter kennis moet worden gebracht van de verschillende partijen. Elke partij krijgt daarna 30 dagen de tijd om een laatste memorie in te dienen. Het ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 12 en 14 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ter zake is nog niet openbaar. (1) Informatie ontleend aan het Verslag aan de Vlaamse Regering bij het Besluit van 13 juli 2012 houdende de rechtspleging voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen, dat uitvoering geeft aan het Decreet van 6 juli 2012 houdende wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wat betreft de Raad voor Vergunningsbetwistingen. (2) Informatie ontleend aan de persmededeling: http://www.presscenter.org/nl/pressrelease/20120921/rechtspleging-voor-de-afdeling-bestuursrechtspraak-van-de-raad-van-state-wijzi