Skip to Content

De managementvennootschap na het Zomerakkoord

7 November 2017

Eind juli 2017 stelde de regering Michel haar Zomerakkoord 2017 voor. Dit akkoord sluit een hele reeks sociaaleconomische hervormingen in. De geplande hervormingen hebben een weerslag op de managementvennootschap.

In het akkoord besliste de regering enerzijds tot een verlaging van de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting zou in 2020 gedaald moeten zijn tot 25% (thans 33,99% met inbegrip van de aanvullende crisisbijdrage van 3%). Vanaf 2018 zakt de vennootschapsbelasting zelfs naar 20% voor de KMO op de eerste schijf van 100.000 EUR. 

Het Zomerakkoord wil anderzijds het gebruik van vennootschappen ontmoedigen. Voortaan zal verplicht minstens 45.000 EUR per jaar moeten worden uitbetaald aan op zijn minst één bedrijfsleider-natuurlijke persoon om in aanmerking te komen voor het verlaagd KMO-tarief (thans 36.000 EUR). De bezoldiging moet minimaal gelijk zijn aan het belastbaar inkomen van de vennootschap als de bezoldiging kleiner is dan 45.000 EUR. Het niet respecteren van die regel leidt niet alleen tot een verlies van het gunstiger KMO-tarief, maar ook tot een bijzondere aanslag van 10% op het te weinig uitgekeerde bedrag van de bezoldiging. Starters blijven gevrijwaard van deze maatregel (d.w.z. de eerste vier jaar na de oprichting).

Naar aanleiding van deze geplande hervormingen wordt hierna nog eens kort een aantal aspecten van de managementvennootschap toegelicht.

Wat is een managementvennootschap?

Een managementvennootschap houdt zich in principe bezig met het bestuur en het beleid van een andere vennootschap (opdrachtgever), hoewel de term ook ruimer gebruikt wordt voor alle overeenkomsten die betrekking hebben op dienst- en adviesverlening.  

Vaak wordt geopteerd voor een BVBA als rechtsvorm. De redenen hiervoor zijn o.a. dat één persoon een BVBA kan oprichten en dat de aandeelhouder maar beperkt aansprakelijk is. Het oprichten van een managementvennootschap gebeurt vaak uit fiscale en financieel-economische motieven (hoge personenbelasting als werknemer, minder zelfstandigheid als werknemer). De managementvennootschap is een interessant vehikel voor bepaalde samenwerkingsvormen.

Herkwalificatie & schijnzelfstandigheid 

De praktijk leert dat het afsluiten van een managementovereenkomst vaak gepaard gaat met een gegronde vrees voor herkwalificatie. Een herkwalificatie naar een handelsagentuurovereenkomst of doorgaans een arbeidsovereenkomst kan zich opdringen. In dat laatste geval is sprake van schijnzelfstandigheid. Waakzaamheid is des te meer geboden wanneer de manager en de opdrachtgever voordien gebonden waren door een arbeidsovereenkomst.

Indien de RSZ schijnzelfstandigheid vermoedt, zal ze de samenwerking toetsen aan de Arbeidsrelatiewet van 2006. Deze wet legt de regels vast om de aard van de samenwerking te bepalen. De managementovereenkomst wordt slechts geherkwalificeerd als voldoende elementen worden aangebracht die de gekozen zelfstandige samenwerking uitsluiten. De beoordeling wordt gemaakt aan de hand van vier criteria: de wil van partijen, organisatie van de werktijd, organisatie van het werk en hiërarchische controle. 

De tussenschakel van een managementvennootschap is hier verre van zaligmakend, getuige bijvoorbeeld het arrest Leekens van 26 maart 1998, waarin het arbeidshof te Gent de managementovereenkomst tussen Club Brugge en de vennootschap van voormalig trainer Georges Leekens herkwalificeerde in een arbeidsovereenkomst. 

Gelet op het belang van de kwalificatie door de partijen en het belang van de wil van de partijen, is het sluiten van een goede managementovereenkomst met duidelijke clausules cruciaal. Clausules inzake rapportering van taken of werktijd, regelingen inzake ziekte of bepalingen inzake het terugbetalen van onkosten zijn te vermijden. Daarnaast moet de overeenkomst ook in de praktijk als een echte zelfstandige samenwerking worden uitgevoerd. 

Wanneer gewerkt wordt met een managementvennootschap kan voorzien worden in bepalingen die de gevolgen van een eventuele herkwalificatie indekken. Meestal zal de opdrachtgever een clausule wensen die vermeldt dat de manager hem vrijwaart voor alle schade, waaronder achterstallige sociale zekerheidsbijdragen, die het gevolg is van de herkwalificatie. Het risico van herkwalificatie rust immers volledig op de opdrachtgever. Praktijk leert dat dergelijke vrijwaringsclausules vaak het voorwerp van onderhandeling uitmaken. 

Indien wordt geoordeeld dat het een verdoken arbeidsovereenkomst betreft, zal de RSZ achterstallige socialezekerheidsbijdragen vorderen op de vergoedingen die werden betaald in de laatste drie jaar (zeven jaar in geval van fraude). Deze bijdragen zijn te vermeerderen met een verhoging van 10% en 7% verwijlinteresten per jaar. 

Ook de (schijn)zelfstandige zelf kan de kwalificatie van de samenwerking betwisten, hetgeen meestal gebeurt na de beëindiging ervan. Indien de opdrachtgever beschouwd wordt als werkgever, zullen achterstallige werknemersvoordelen verschuldigd zijn zoals vakantiegeld, dertiende maand, een hogere ontslagvergoeding, etc. 

Een goede overeenkomst is cruciaal  

De redactie van een managementovereenkomst is zeer belangrijk, en dit niet alleen vanuit het oogpunt van de schijnzelfstandigheid. 

De volgende aandachtspunten zijn o.a. van belang:

  • een goede omschrijving van de te leveren diensten: Het is belangrijk een goede balans te vinden bij het omschrijven van de diensten. Indien de lijst ongenuanceerd is, zullen er later betwistingen kunnen ontstaan over de inhoud van de uit te voeren opdrachten. Is de lijst daarentegen te gedetailleerd en exhaustief, wordt de mogelijkheid tot flexibiliteit beperkt en kan dit vragen doen rijzen over het zelfstandig karakter;
  • aandacht voor arbeidsrelatiewet (cf. supra);
  • vergoeding:  je kan opteren voor een vaste vergoeding of een variabele vergoeding of een combinatie. Het is af te raden clausules op te nemen die de terugbetaling van onkosten regelen aangezien zulke clausules eigen zijn aan het werknemerschap. De manager heeft in principe ook zijn eigen wagen, gsm en ander materiaal. Indexatiebedingen zijn niet toegelaten;
  • regels inzake beëindiging van de samenwerking: opzeggingstermijn en/of –vergoeding, mogelijkheid om de overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen in geval van bepaalde omstandigheden zoals faillissement, fraude, bedrog of een ernstige tekortkoming van de manager;
  • niet-concurrentiebeding, niet-afwervingsbeding en vertrouwelijkheid: het niet-concurrentiebeding is minder strikt geregeld dan in de arbeidsovereenkomstenwet, maar het moet wel beperkt worden in tijd, ruimte en geviseerde activiteiten om geen ongeoorloofde beperking van de vrijheid van handel en nijverheid uit te maken. Het beding kan best ook een deelbaarheids- of matigingsclausule bevatten, zodat een eventuele rechter een te uitgebreid beding niet ongeldig verklaart, maar enkel matigt; 
  • welzijnswet: de overeenkomst moet verplicht een clausule bevatten waarin de manager zich verbindt de verplichtingen inzake het welzijn op het werk na te leven; 
  • intellectuele eigendom;
  • forumbeding (toepasselijk recht) en bevoegde rechtbank. 

Wat kunnen wij voor u doen?

Uiteraard staan wij u graag bij in de zoektocht naar de meest geschikte samenwerkingsvorm en het opstellen van de nodige overeenkomsten (managementovereenkomst dan wel een arbeidsovereenkomst). Wij leveren ook bijstand indien het daadwerkelijk tot een geschil komt met de RSZ en/of de zelfstandige inzake de kwalificatie van de samenwerking. 

Voor meer info over dit specifieke onderwerp of voor verdere bijstand, kan u Sébastien van Damme, Dave Mertens en Sara Cockx raadplegen (auteurs). 

Share this post
Archive