In onze nieuwsbrief van 31 juli 2014 en van 22 juli 2016 berichtten wij reeds over de hervorming van de zakelijke zekerheden op roerende goederen en de creatie van een Nationaal Pandregister.
De wet van 11 juli 2013 (zoals laatst gewijzigd bij wet van 25 december 2016) voorziet de mogelijkheid om een bezitloos pand te creëren. Om dit bezitloos pand tegenwerpelijk te maken aan derden, is de registratie ervan in het Nationaal Pandregister vereist. De inwerkingtreding van de nieuwe Pandwet en het Nationaal Pandregister is voorzien voor 1 januari 2018. Met het oog op deze inwerkingtreding verscheen recent een uitvoeringsbesluit dat de concrete werking van dit Pandregister regelt.[1]
De registratie in het Nationaal Pandregister maakt het bezitloos pand tegenwerpbaar aan derden en bepaalt daarnaast de rang van een pandrecht. De regel is dan dat het eerst (correct) ingeschreven pand voorrang krijgt. Voor lichamelijke roerende goederen blijft het pand door buitenbezitstelling mogelijk, en is de registratie in het Pandregister bijgevolg facultatief. Voor pandrechten op schuldvorderingen is de registratie in het Pandregister geheel uitgesloten. Naast de registratie van pandrechten kan het Pandregister ook gebruikt worden voor de publicatie van een eigendomsvoorbehoud door de onbetaalde verkoper van roerende goederen.
Het Pandregister is een autonoom systeem, zodat de registratie of raadpleging van gegevens plaatsvindt zonder actieve tussenkomst van de houder van het register. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor een correcte en actuele registratie blijft bij partijen zelf liggen, en dan met name bij de pandhouder.
Gebruikers van het Nationaal Pandregister krijgen toegang dankzij identificatie via de eID. Wie niet over een Belgische eID beschikt, moet beroep doen op een Belgische lasthebber. Frequente gebruikers (bv. professionele kredietverstrekkers) kunnen de status van ‘geregistreerd gebruiker’ verkrijgen door het afsluiten van een overeenkomst met de bewaarder van het pandregister.
Wie het register wil raadplegen, moet beschikken over de identiteitsgegevens van de pandgever. Dankzij de raadplegingsgeschiedenis kan de pandgever nagaan wie de afgelopen zes maanden zijn of haar gegevens heeft bekeken. Een raadpleging kost vijf euro. Commercieel gebruik van de verkregen gegevens is verboden.
De verwijdering van gegevens uit het pandregister na betaling van de gewaarborgde schuld is de verantwoordelijkheid van de pandhouder. Ook een gedeeltelijke verwijdering is mogelijk, door de vermindering van het geregistreerde bedrag van de gewaarborgde schuldvordering of de schrapping van een deel van de goederen waarop het pandrecht rust.
Zowel voor de registratie als voor de wijzing en de verwijdering van een pandrecht in het Nationaal Pandregister is een retributie verschuldigd. Deze retributies variëren tussen een minimum- en een maximumbedrag in functie van de omvang van de gewaarborgde schuldvordering.
De wet van 11 juli 2013 voorziet een overgangsregeling met betrekking tot het pand op de handelszaak. Om hun rang te behouden, moeten bestaande pandrechten op een handelszaak binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van de wet worden geregistreerd in het Nationaal Pandregister.
[1] KB van 14 september 2017 tot uitvoering van de artikelen van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek, die het gebruik van het Nationaal Pandregister betreffen (BS 26 september 2017).
Voor meer informatie over dit onderwerp kan u Anouk Schryvers en Dave Mertens (auteurs) contacteren.