Skip to Content

Belgisch betalingsbevel van kracht

18 July 2016

In een eerdere nieuwsbrief m.b.t. Potpourri I-wet kondigden wij reeds kort de introductie van het Belgisch betalingsbevel aan (art. 1394/20 e.v. Ger.W.). Het Belgisch betalingsbevel zou in voege treden op een nog door de Koning te bepalen datum. Bij toepassing van KB van 16 juni 2016 werd dit reeds 2 juli 2016. 

Deze nieuwe administratieve procedure betreft elke onbetwiste schuldvordering (bv. onbetaalde facturen), behoudens een aantal uitzonderingen zoals een faillissement of gerechtelijke reorganisatie of niet-contractuele verbintenissen. De nieuwe methode van invordering is niet gelimiteerd tot een bepaald bedrag. Het toepassingsgebied blijft wel beperkt tot een B2B-context.

Hierna bespreken wij kort de te volgen procedure. Deze is overigens facultatief. Men kan bijvoorbeeld nog steeds een beroep doen op de Europese Betalingsbevelprocedure of de gewone procedure ten gronde.

De eerste stap dient te worden gezet door de advocaat van de schuldeiser. Nadat deze heeft gecontroleerd of de schuldvordering aan de wettelijke voorwaarden voldoet, zal hij de gerechtsdeurwaarder opdragen om tot invordering over te gaan. De gerechtsdeurwaarder zal de aanmaning tot betaling betekenen aan de schuldenaar, die op zijn beurt één maand heeft om te reageren via het bijgevoegde antwoordformulier.

Indien de schuldeiser en schuldenaar daaropvolgend betalingsfaciliteiten overeenkomen, wordt de invordering opgeschort (art. 1394/23, tweede lid Ger.W.). Als de schuldenaar daarentegen opgeeft waarom hij de betreffende schuld betwist, stopt de procedure automatisch en ongeacht de inhoud van die reden. Belangrijk hierbij te vermelden is dat het om een gemotiveerde betwisting moet gaan. Een eenvoudige “neen”, zonder verdere toelichting staat gelijk met afwezigheid van betwisting. Bij afwezigheid van gemotiveerde betwisting of integrale betaling wordt de volgende fase in gang gezet.

De gerechtsdeurwaarder stelt ten vroegste acht dagen na het verstrijken van de eerste termijn van één maand een proces-verbaal van niet-betwisting op. In deze fase wordt zo de uitvoerbare titel opgemaakt. Dit gebeurt via tussenkomst van een magistraat van het Beheers- en toezichtscomité bij het CBB (centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest), die overigens enkel de wettelijke vormvereisten toetst. Deze tussenkomst geldt als extra waarborg in de invorderingsprocedure. Op basis van de uitvoerbare titel kan de gerechtsdeurwaarder vervolgens beslag leggen op goederen van de schuldenaar om alsnog betaling te bekomen.

Naar het voorbeeld van het Europese betalingsbevel is het doel van het Belgisch betalingsbevel om onbetwiste geldschulden eenvoudig(er), goedko(o)p(er) en snel(ler) te innen. Het zal blijken in welke mate het Belgische betalingsbevel deze ambities kan waarmaken. Het vermijden van de rechtbank als tussenstap maakt ongetwijfeld een belangrijke kosten- en tijdsbesparing mogelijk. Hier staat tegenover dat de procedure kan worden stopgezet door een eenvoudige betwisting. In dat geval zal de schuldeiser alsnog de klassieke methode van invordering moeten volgen, zijnde een dagvaarding voor de bevoegde rechtbank. Hoewel een loutere pro-forma betwisting niet volstaat, valt te verwachten dat de gerechtsdeurwaarders (en de bevoegde magistraat) enig gebrek aan inhoudelijke motivering hooguit marginaal zullen toetsen. Voorts kan de tenuitvoerlegging van het proces-verbaal van niet-betwisting worden geschorst door een vordering in rechte. Het risico is dan ook niet denkbeeldig dat een keuze voor een Belgisch betalingsbevel in sommige gevallen juist tot tijdsverlies aanleiding zal geven. De praktijk zal uitwijzen hoe de rechtbanken met dilatoire betwistingen zullen omgaan.

Voor meer informatie over dit specifieke onderwerp, kan u Dave Mertens, Geert De Buyzer en Gwen Bevers (celhoofd) raadplegen.

Share this post
Archive