Se rendre au contenu

Arbeidsongeschiktheid en jaarlijkse vakantie - Het Europees Hof van Justitie schept (on)duidelijkheid

24 juin 2012

In een arrest van 21 juni 2012 besliste het EHJ dat een werknemer die arbeidsongeschikt wordt tijdens een periode van jaarlijkse vakantie met behoud van loon, het recht heeft om de periode waar de jaarlijkse vakantie samenviel met de arbeidsongeschiktheid op een later ogenblik op te nemen. Dit arrest werd vorige vrijdag 22 juni 2012 door een aantal media aangegrepen om de noodzakelijkheid van een wijziging van de Belgische wetgeving te onderstrepen. In het kader van huidige bijdrage verduidelijken wij de situatie. Context: Het arrest kwam er als antwoord op een prejudiciële vraag van het Spaanse Oppergerechtshof (Tribunal Supremo) in een procedure tussen een Spaanse werkgeversvereniging en een aantal vakbondsorganisaties. Het geschil had betrekking op de interpretatie van de Spaanse wetgeving, dewelke voorziet dat een werknemer, die arbeidsongeschikt wordt tijdens de periode van jaarlijkse vakantie met behoud van loon, niet gerechtigd is om deze met de periode van arbeidsongeschiktheid samenvallende jaarlijkse vakantie op een later tijdstip op te nemen. Met de vraag aan het EHJ wenste het Spaanse Oppergerechtshof te weten of deze wetgeving verenigbaar is met de Europese regelgeving inzake jaarlijkse vakantie. Antwoord Europees Hof van Justitie: Het EHJ oordeelde dat de Spaanse wetgeving niet verenigbaar is met de Europese regelgeving, meer bepaald met de Richtlijn 2003/88 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd. Het EHJ kwam tot deze beslissing mede op grond van de volgende argumenten: • Het recht van een werknemer op jaarlijkse vakantie met behoud van loon moet worden beschouwd als een bijzonder belangrijk beginsel van sociaal recht van de Europese Unie. • Van dit principe mag in de nationale wetgeving van de lidstaten niet worden afgeweken. • Het doel van het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon bestaat erin om de werknemer in staat te stellen uit te rusten en over een periode van ontspanning en vrije tijd te beschikken. Daarin verschilt het van het doel van het recht op ziekteverlof. Ziekteverlof wordt de werknemer toegekend om te kunnen herstellen van een ziekte die tot arbeidsongeschiktheid leidt. • Het Hof verwijst naar eerdere rechtspraak, waarin gesteld wordt dat een werknemer, die arbeidsongeschikt wordt vóór de aanvang van een voorheen vastgestelde vakantieperiode, het recht heeft om deze vakantie op te nemen op een later tijdstip. • Tot slot oordeelt het Hof dat het tijdstip waarop de werknemer arbeidsongeschikt wordt, irrelevant is m.b.t. het waarborgen van zijn recht op vakantie. Dit betekent dat indien hij arbeidsongeschikt wordt tijdens de opgenomen vakantie, hij de vakantie die samenvalt met de arbeidsongeschiktheid, ook op een later tijdstip kan opnemen. Gevolgen voor de Belgische wetgeving? Wat voorziet de Belgische wetgeving m.b.t. een werknemer die voor of tijdens zijn jaarlijkse vakantie arbeidsongeschikt wordt? Het Koninklijk Besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers bevat twee relevante bepalingen: • Artikel 66 van het K.B. voorziet dat de werknemer, die omwille van bepaalde redenen (zoals arbeidsongeschiktheid, arbeidsongeval, beroepsziekte, etc.) in de onmogelijkheid verkeert om zijn vakantie op te nemen, zijn recht op vakantiedagen behoudt tot bij het verstrijken van het vakantiejaar. • Artikel 68 van het K.B. voorziet dat een aantal schorsingsgronden van de arbeidsovereenkomst niet als jaarlijkse vakantie mogen worden aangerekend. Dit is onder meer het geval voor de dagen van arbeidsonderbreking ten gevolge van arbeidsongeschikt, tenzij de oorzaak zich voordoet tijdens de vakantie. Verder voorziet onze wetgeving dat een arbeidsovereenkomst maar om één reden geschorst kan worden. Daarbij telt voor de wet de eerst tussengekomen schorsingsgrond. Op grond van voormelde regelgeving dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de volgende situaties: • De werknemer wordt arbeidsongeschikt vóór de aanvang van de geplande vakantie: In dit geval zal de arbeidsovereenkomst geschorst worden op grond van de arbeidsongeschiktheid. De werknemer zal echter de mogelijkheid hebben om zijn vakantie op een later tijdstip op te nemen, voor zover dit gebeurt vóór het einde van het vakantiejaar. Voorbeeld: Een werknemer heeft in het jaar 2011 het volledige jaar gewerkt. Dit betekent dat hij in 2012 gerechtigd is op 20 vakantiedagen. Indien hij voor de aanvang van zijn vakantie, gepland in juli 2012, ziek wordt en als gevolg hiervan zijn vakantie niet kan opnemen, dan zal hij alsnog zijn vakantie kunnen opnemen, voor zover deze voor het einde van 2012 wordt opgenomen. • De werknemer wordt arbeidsongeschikt tijdens de vakantie: In dit geval zal de arbeidsovereenkomst geschorst blijven als gevolg van de opgenomen vakantie, ook tijdens de dagen arbeidsongeschiktheid. Dit betekent dat de vakantie in dit geval blijft doorlopen en dat de werknemer zijn recht op vakantie voor de dagen arbeidsongeschiktheid dus zal verliezen. Voorbeeld: Een werknemer neemt 20 dagen vakantie op in juli 2012. Vanaf de derde vakantiedag wordt hij arbeidsongeschikt voor een periode van 5 dagen. Dit betekent dat hij vijf vakantiedagen zal verliezen. Deze situatie is niet in overeenstemming met de rechtspraak van het EHJ. De hierboven aangehaalde rechtspraak van het EHJ voorziet immers dat de werknemer, die tijdens zijn vakantie arbeidsongeschikt wordt, de vakantiedagen die samenvallen met de dagen arbeidsongeschiktheid moet kunnen opnemen, ongeacht het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid een aanvang nam. Gelet op dit element zou de Belgische wetgeving in principe aangepast moeten worden aan de Europese regelgeving en rechtspraak. De Minister van Werk heeft aangekondigd dat zij het arrest en de gevolgen hiervan voor onze wetgeving door haar administratie zou laten onderzoeken. Wat er ook van zij, indien de wetgeving aangepast wordt, zal dit aanzienlijk praktische problemen voor de werkgevers met zich meebrengen. De werknemer zal de werkgever op de hoogte moeten brengen van zijn arbeidsongeschiktheid. Teneinde bedrog uit te sluiten, beschikt de werkgever over de wettelijke mogelijkheid om de arbeidsongeschiktheid door een controlearts te laten controleren. In normale omstandigheden, waarbij de werknemer zich niet in het buitenland bevindt, is zulke controle al geen evidente zaak. Indien de werknemer zich bovendien in een ander land bevindt, zal het voor de werkgever nog moeilijker, zelfs onmogelijk zijn, om de werkelijkheid van de arbeidsongeschiktheid te laten controleren. We kunnen enkel hopen dat de wetgever met een creatief en werkbaar voorstel over de brug zal komen. Wordt ongetwijfeld vervolgd…

Partager cet article
Archive