Sinds 1 april 2014 geldt een verplichte elektronische aanwezigheidsregistratie op alle tijdelijke of mobiele werkplaatsen waar werken uitgevoerd worden waarvan het totaalbedrag minstens 800.000.00 EUR bedraagt, excl. btw.
Van bij de aanvang was het echter de bedoeling van de wetgever om deze regelgeving stelselmatig uit te breiden naar kleinere werven. In het kader van het “40-puntenplan voor eerlijke concurrentie in de bouwsector” dat de overheid in de zomer van 2015 sloot met de sociale partners uit de bouwsector, werden hiervoor concrete afspraken gemaakt.
Hoewel het nog steeds wachten is op de uitvoerende wetteksten, kondigde staatssecretaris voor fraudebestrijding, Bart Tommelein, reeds aan dat de drempel voor de verplichte elektronische aanwezigheidsregistratie eerst verlaagd zal worden naar 500.000 EUR. Deze verlaging had volgens het 40-puntenplan in werking moeten treden vanaf 1 januari 2016, maar dit wordt nu uitgesteld naar 1 maart 2016.
Vanaf die datum zullen bijgevolg zo goed als alle aanwezigen op een bouwwerf (aannemers en hun werknemers, bouwdirectie, veiligheidscoördinatoren, etc.) hun aanwezigheid vooraf moeten registreren via de online toepassing van de RSZ, “Checkinatwork”.
Nadien zou deze drempel stapsgewijs verder dalen, tot in 2018 in principe alle werven, ongeacht het totaalbedrag van de uit te voeren werken, aan de aanwezigheidsregistratie zijn onderworpen.
Voor meer info over dit specifieke onderwerp, kan u Sébastien van Damme (auteur) en Sara Cockx (auteur en celhoofd) raadplegen.