Se rendre au contenu

Milieurecht – Wijzigingen VLAREBO

11 octobre 2012

Binnenkort worden enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd aan het VLAREBO (1). De wijzigingen werden al principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering en zouden - m.u.v. de wijzigingen aan de artikels over de retributiekosten - in werking treden op 1 januari 2013 (2). Wat betreft saneringskosten wordt voorzien in een tegemoetkoming voor particulieren en bedrijven. Dit wordt besproken onder de titel ‘cofinanciering’. Voorts wordt de regeling van de bodempreventie- en bodembeheersplannen versoepeld. Dit kan u terugvinden onder de titel ‘individueel bodempreventie- en bodembeheersplan’. 1. Cofinanciering (3) Aan titel III, hoofdstuk III van het VLAREBO wordt een bijkomende afdeling toegevoegd, met als titel ‘cofinanciering’. In de nieuwe artikelen 54/1 t.e.m. 54/15 wordt uiteengezet in welke gevallen cofinanciering mogelijk is voor de uitvoering van bodemsaneringswerken. Cofinanciering betekent een gedeeltelijke financiering door de overheid voor bepaalde projecten. Cofinanciering moet gebeuren in het licht van de Europese staatssteunregels. Eigenaars of vroegere eigenaars van de grond waarop de bodemverontreiniging tot stand kwam, komen in aanmerking voor cofinanciering indien zij vóór 1 juni 2008 eigenaar waren. De vroegere eigenaar moet ook in zijn hoedanigheid van eigenaar-overdrager van de grond jegens de OVAM de verbintenis tot uitvoering van de bodemsaneringswerken voor de bodemverontreiniging zijn aangegaan of de bodemsaneringswerken uitvoeren waartoe hij verplicht is. Een aantal eigenaars komt echter niet in aanmerking voor cofinanciering. Het gaat m.n. om eigenaars die - werden vrijgesteld van de saneringsplicht, - zelf de bodemverontreiniging hebben veroorzaakt minder dan dertig jaar voor de datum van ontvangst van een ontvankelijke aanvraag voor cofinanciering, of hun rechtsvoorganger, - een proces-verbaal kregen wegens schending van de bodemregelgeving, - als onderneming (4) niet voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteunverlening. Cofinanciering kan worden aangevraagd indien de bodemsaneringswerken: -  worden uitgevoerd op basis van een (al dan niet beperkt) bodemsaneringsproject, waarvoor de OVAM een conformiteitsattest afleverde na 31 mei 2008, - worden uitgevoerd op kosten van de hoger vermelde eigenaars die in aanmerking komen voor cofinanciering, - betrekking hebben op historische of gemengde bodemverontreiniging waarvoor de OVAM op basis van een beschrijvend of oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek heeft beslist dat er sprake is van ernstige verontreiniging. Voor de gemengde bodemverontreiniging komt alleen het gedeelte historische verontreiniging in aanmerking voor cofinanciering. Cofinanciering kan niet worden aangevraagd indien de bodemsaneringswerken betrekking hebben op een bodemverontreiniging: - als gevolg van de exploitatie van een tankstation, - als gevolg van het chemisch reinigen van textiel (5), - waarvan de bodemsaneringswerken al het voorwerp hebben uitgemaakt van cofinanciering of een andere financiële tegemoetkoming van een overheidsinstantie, - waarvoor de exploitant of gebruiker van de grond volledig saneringsplichtig is of kan zijn op basis van het Bodemdecreet. Het percentage van de cofinanciering zal minimum 20% en maximum 50% bedragen. De bevoegde minister zal hieromtrent regels moeten vaststellen. Het percentage kan variëren naargelang de begunstigde een onderneming is of niet. Het maximumbedrag van de cofinanciering heeft als bovengrens 200.000 euro. Om cofinanciering te krijgen voor bodemsaneringswerken moet een aanvraag worden ingediend bij de OVAM, zowel aangetekend als elektronisch. De aanvraag wordt ingediend op basis van een modelformulier. De OVAM zal vervolgens een beslissing nemen over de ontvankelijkheid van de aanvraag. Een begunstigde kan maximaal drie aanvragen tot uitbetaling van de cofinanciering indienen bij de OVAM. Tussen de verschillende aanvragen moet minstens een jaar verlopen. Bovendien heeft de OVAM een terugvorderingsmogelijkheid indien de cofinanciering werd uitbetaald op basis van foutieve of onvolledige gegevens, indien er een schending was van het Bodemdecreet of als de voorwaarden van de cofinancieringsbeslissing niet zijn nageleefd. In Nederland werd een soortgelijke regelgeving uitgewerkt, voornamelijk gericht op de sanering van bedrijfsterreinen. Men wenste een sterker stimuleringsbeleid voor saneringen in eigen beheer van bedrijfsterreinen uit te werken omdat het beleid vooralsnog niet het gewenste effect kende (6). Momenteel bestaat er in Vlaanderen al een mogelijkheid tot bijdrage door de overheid in saneringskosten (7). Deze bijdragen zijn evenwel alleen bestemd voor erkende bodemsaneringsorganisaties die de verplichting tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek of een bodemsanering overnemen van saneringsplichtigen. De medefinanciering door de overheid wordt met deze wijzigingen eveneens uitgebouwd voor particulieren en ondernemingen. 2. Individueel bodempreventie- en bodembeheersplan (8) Vanaf 1 januari 2013 moet het individueel bodempreventie- en bodembeheersplan driejaarlijks in plaats van jaarlijks geactualiseerd worden(9). Ook de betekening aan de OVAM zal om de drie jaar plaatsvinden in plaats van jaarlijks. Er is een versoepeling van de bij dit plan te voegen documenten. Zo moeten de resultaten van de risicogerichte metingen die in voorkomend geval als voorzorgsmaatregel werden uitgevoerd niet langer worden opgenomen in het rapport bij het individueel bodempreventie- en bodembeheersplan. Bovendien moet er ook niet langer een financieel plan op basis van het oriënterend bodemonderzoek bijzitten. Als het financieel plan gebaseerd werd op het beschrijvend bodemonderzoek, volstaat dit in principe vanaf 1 januari 2013. 3. Conclusie Er zijn een aantal belangrijke wijzigingen op komst. Vooral wat betreft de saneringskosten voor particulieren en bedrijven wordt er in een tegemoetkoming voorzien. Voorts wordt de regeling van het bodempreventie- en bodembeheersplan versoepeld door een driejaarlijkse i.p.v. jaarlijkse controle. Volgens de principieel goedgekeurde besluiten van de Vlaamse regering treden deze wijzigingen op de genoemde uitzondering na in werking op 1 januari 2013. (1) B. Vl. Reg. 14 december 2007 houdende de vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende bodemsanering en bodembescherming, BS 22 april 2008, err. BS 19 mei 2008 en err. BS 11 juni 2008. (2) De artikelen over retributiekosten voor het afleveren van een bodemattest treden al in werking op 1 november 2012. De retributie zal vanaf 1 november 50 euro bedragen in plaats van 30 euro, en 200 euro in plaats van 120, in de gevallen bepaald in artikel 215 VLAREBO. (3) B. Vl. Reg. tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, wat betreft de cofinanciering en de retributie voor een bodemattest, nog definitief goed te keuren. (4) Als onderneming wordt beschouwd: iedere eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm of de wijze waarop ze wordt gefinancierd. Toekomstig artikel 1, 8° VLAREBO. (5) In de zin van artikel 121 VLAREBO. (6) Regeling financiële bepalingen bodemsanering 2005, zoals geldend op 9 oktober 2012. Voor meer informtie: http://wetten.overheid.nl/BWBR0019304/geldigheidsdatum_09-10-2012. (7) Artikel 134 VLAREBO en 97-98 Bodemdecreet. (8) B. Vl. Reg. tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, wat betreft de bodempreventie- en bodembeheersplicht en de bodemsaneringsorganisaties, nog definitief goed te keuren. (9) Indien de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring hecht aan de wijzigingsbesluiten.

Partager cet article
Archive