Se rendre au contenu

Reorganisatie van Onroerend Erfgoed

26 juillet 2011

Bij Besluit van 10 juni 2011 verduidelijkt de Vlaamse Regering de rol en de opdracht van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE). Deze verduidelijking past in de ambitie van het Vlaams Regeerakkoord 2009-2014 om van de Vlaamse administratie een slagkrachtige overheid te maken. Deze ambitie vroeg om een herbronning van de opdrachten en de rol voor het beleidsveld onroerend erfgoed. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

  1. Het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid “Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed” krijgt de nieuwe benaming “Onroerend Erfgoed” Onroerend Erfgoed ressorteert onder het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO) van het Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed.  
  2. Onroerend Erfgoed heeft als missie om het beleid voor onroerend erfgoed kwaliteitsvol uit te voeren. Om die missie te verwezenlijken, heeft Onroerend Erfgoed de volgende taken: a. De toepassing en de begeleiding van de toepassing van het onderzoeks- en beheersinstrumentarium m.b.t. onroerend erfgoed; b. De inventarisatie en prospectie van het onroerend erfgoed; c. Het inhoudelijk en administratief voorbereiden en volgen, op basis van de eigen beheersgegevens en van de inventarisgegevens, van de dossiers over de voorlopige en definitieve bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, archeologische monumenten en zones, landschappen en varend erfgoed, en over de voorlopige en definitieve aanduiding van ankerplaatsen; d. Het verstrekken van adviezen, vergunningen, toelatingen en machtigingen m.b.t. onroerend erfgoed; e. Het uitvoeren van beleidsgericht wetenschappelijk onderbouwd onderzoek met het oog op visievorming, uitvoering en monitoring van het beleid; f. Het verstrekken van gereglementeerde subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen en van niet-gereglementeerde subsidies die nominatief zijn opgenomen in de beheersovereenkomst, de voortgangscontrole van de voorwaarden of verbintenissen die daarbij van toepassing zijn, én het organiseren van de terugbetaling van de subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen als de begunstigde de voorwaarden of de verbintenissen niet naleeft. g. Kennisbeheer, informatieverstrekking en sensibilisering m.b.t. de taken, vermeld in de punten a. tot en met f. hiervoor.  
  3. Het hoofd van Onroerend Erfgoed stelt de inventaris van het bouwkundig erfgoed op. Deze inventaris heeft betrekking op alle monumenten en landschappen vermeld in artikel 2, 2° en 3° Monumentendecreet. Hij bestaat uit een systematische oplijsting per gemeente en wordt digitaal ter beschikking gesteld in boekvorm of in een beveiligd gedigitaliseerd bestand.  
  4. Onroerend Erfgoed levert de vereiste beleidsrelevante resultaten en gegevens aan het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO).  
  5. Het hoofd van Onroerend Erfgoed krijgt er de volgende specifieke delegaties bij :
a. Het verstrekken van advies en het uitreiken van attesten namens de Vlaamse Regering in verband met de aftrek van uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermd onroerend erfgoed (art. 104, 8°, WIB 1992); b. het nemen van beslissingen over het in erfpacht geven van beschermd onroerend erfgoed dat tot het private domein van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest behoort, met het oog op het behoud ervan en de vrijwaring van verval of beschadiging; c. Het nemen van de beslissingen om over te gaan tot onteigening ten algemenen nutte van beschermd onroerend erfgoed. De Minister voor Onroerend Erfgoed beoordeelt hierbij wel telkens de noodzaak van de verkrijging namens het Vlaamse Gewest en verleent een machtiging tot onteigening; d. Het tot algemeen nut verklaren van het uitvoeren van opgravingen en het nemen van alle maatregelen die daaruit volgen; e. Het verstrekken van adviezen aan de vergunningverlenende overheden; f. Het verlenen van machtigingen, toestemmingen of vergunningen namens de Vlaamse Regering voor de uitvoering van werken binnen of aan beschermd onroerend erfgoed; g. Het verlenen van alle in de beheersovereenkomst nominatief opgenomen gereglementeerde en niet-gereglementeerde subsidies binnen het budget dat daarvoor ter beschikking is gesteld. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2011 is op 1 juli 2011 in werking getreden.   Link : http://www.ejustice.just.fgov.be/mopdf/2011/07/08_2.pdf#Page40
Partager cet article
Archive