Se rendre au contenu

Nieuw: Elektronische Algemene vergadering

1 mai 2011

Met de wet van 20 december 2010 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders van genoteerde vennootschappen (hierna de "Wet") zet de Belgische wetgever opnieuw een Europese Richtlijn om die een vlottere uitoefening van aandeelhoudersrechten beoogt. De omzetting zelf echter verliep iets minder vlot. Immers op 10 februari 2011, nog vóór de inwerkingtreding van de Wet, werd al een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Wet. De vooropgestelde wijzigingen in dit voorstel viseerden evenwel enkel het voorgeschreven overgangsregime van de Wet en waren louter ingegeven door de bezorgdheid dat een "tweesporenstelsel" zou ontstaan. De wetswijziging treft geenszins de hierna besproken vernieuwingen, al stelt ze de inwerkingtreding ervan wel uit. In tegenstelling tot wat de Wet oorspronkelijk bepaalde, kan van de vernieuwingen pas effectief gebruik gemaakt worden vanaf 1 januari 2012.  De nieuwe Wet bevat verschillende vernieuwingen op het vlak van de uitoefening van aandeelhoudersrechten, maar het meest in het oog springend is de introductie van de mogelijkheid tot elektronische deelname aan een algemene vergadering. Waar de mogelijkheid van een elektronische algemene vergadering in de Europese Richtlijn werd voorbehouden voor genoteerde vennootschappen, voorziet de Belgische wetgever bovendien in een veel ruimer toepassingsgebied. Niettegenstaande het opschrift van de Wet, wordt de mogelijkheid tot elektronische deelname aan een algemene vergadering opengesteld voor alle vennootschapsvormen, ongeacht of ze al dan niet genoteerd zijn. De elektronische deelname is mogelijk voor zowel de gewone, de bijzondere en de buitengewone algemene vergadering. Een elektronische deelname wordt vanuit een juridisch oogpunt geheel gelijk behandeld als een fysieke deelname. De elektronische deelnemers worden geacht fysiek aanwezig te zijn en worden meegerekend bij de berekening van het aanwezigheids- en meerderheidsquorum. De toegang tot de elektronische algemene vergadering wordt in beginsel verleend aan de aandeelhouders. Niets belet echter dat de statuten het elektronische deelnamerecht ook toekennen aan de houders van obligaties, warrants, certificaten of winstbewijzen. Voorlopig betreft het een facultatieve invoering van de elektronische algemene vergadering. Vennootschappen kunnen aldus opteren om een elektronische algemene vergadering toe te laten, maar zijn hier geenszins toe verplicht. Het dient te worden benadrukt dat de mogelijkheid tot elektronische deelname geenszins de fysieke algemene vergadering of desgevallend de besluitvorming bij wijze van schriftelijke eenparige besluiten, kan vervangen. De vennootschap blijft gehouden om steeds een fysieke aandeelhoudersvergadering te organiseren op een in de statuten aangeduide plaats dan wel (binnen de wettelijke grenzen) te besluiten bij wijze van schriftelijke eenparige besluiten. De mogelijkheid tot elektronische deelname aan een algemene vergadering is aldus slechts een bijkomende optie. Indien de vennootschap van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken, dringt zich wel een statutenwijziging op. Minstens dient in de statuten een bepaling te worden opgenomen met betrekking tot de mogelijkheid voor de aandeelhouders tot deelname aan de algemene vergadering door middel van een door de vennootschap ter beschikking gesteld elektronisch communicatiemiddel. Voorts dient de vennootschap statutair te bepalen (i) op welke manier zij de hoedanigheid en de identiteit van de elektronische deelnemer zal controleren, (ii) welke voorwaarden vervuld moeten zijn opdat de veiligheid van de elektronische communicatie gewaarborgd is en (iii) op welke manier zij zal vaststellen dat een aandeelhouder via elektronische vergadering effectief deelneemt aan de algemene vergadering. Niettegenstaande het voorgaande wordt aan de vennootschappen een grote (statutaire) vrijheid gelaten. De Wet bepaalt enkel de basisprincipes en laat de vennootschappen verder vrij in de uitwerking daarvan. Zo is het volgens de Memorie van Toelichting (met name de voorbereidende werken bij de Wet) perfect mogelijk dat in de statuten enkel voormeld basisbeginsel wordt opgenomen en dat bijvoorbeeld statutair wordt bepaald dat het vastleggen van hogervermelde modaliteiten gedelegeerd wordt aan de raad van bestuur. Op die manier wordt vermeden dat in de statuten al te stringente modaliteiten worden vastgelegd, waarvan blijkt dat zij omwille van technologische evoluties zeer snel achterhaald zouden zijn en zich telkens opnieuw een statutenwijziging zou opdringen. Het creëren van deze bijkomende mogelijkheid voor de aandeelhouders is een belangrijke sprong voorwaarts in het kader van de modernisering van het vennootschapsrecht. Zeker in geval van verspreiding van aandeelhouders over de grenzen heen, zullen naar de toekomst toe meer aandeelhouders op een efficiëntere manier vertegenwoordigd kunnen zijn op de algemene vergadering van vennootschappen. Dit komt de besluitvorming alleen maar ten goede. De keuze van de Belgische wetgever om het toepassingsgebied te verruimen naar alle vennootschapsvormen en om zich bij de redactie van de Wet te beperken tot het vastleggen van de krachtlijnen, kan alleen maar toegejuicht worden. In het bijzonder de vrijheid die aan de vennootschappen wordt gelaten met betrekking tot de uitwerking van de modaliteiten lijkt een goede zet. Naast het hierboven reeds aangehaalde voordeel met betrekking tot de grotere flexibiliteit die hierdoor wordt geboden, verhindert dit ook al te complexe besprekingen over de modaliteiten en de wijze waarop dit dient te worden ingeschreven in de statuten. Ingevolge de uitgestelde inwerkingtreding van de Wet hebben vennootschappen nochtans nog ruim de tijd om een statutenwijziging door te voeren.  Immers, ten vroegste op de gewone algemene vergadering van 2012 zal aan aandeelhouders de mogelijkheid kunnen worden geboden om elektronisch deel te nemen.

Partager cet article
Archive