Se rendre au contenu

Handhavingsplan Ruimtelijke Ordening 2010 toegelicht

15 novembre 2010

Wij berichtten u op 29 augustus 2010 reeds over het Handhavingsplan Ruimtelijke Ordening 2010. Het Handhavingsplan bevat beleidslijnen en aanbevelingen die door de Vlaamse regering worden vooropgesteld met het oog op het realiseren van handhaving in de ruimtelijke ordening. Wij lichten het Handhavingsplan hierna kort toe. Enkele cijfers over het handhavingsbeleid in Vlaanderen Het aantal processen-verbaal is over de laatste tien jaren vrij constant gebleven. In 1998 werden door de inspectie RWO, de gemeentelijke ambtenaren en de lokale politie in totaal 2.963 processen-verbaal opgesteld. In 2009 ging het om een totaal van 2.785 processen-verbaal. Het aantal stilleggingen daarentegen is fors gestegen van 231 in 1998 tot 1241 stilleggingen in 2009. Het aantal herstelvorderingen is dan weer sterk gedaald van 2.036 in 1998 tot 211 herstelvorderingen in 2009. Het aantal effectieve veroordelingen wegens een bouwovertreding ligt, gemeten aan het aantal processen-verbaal, in de periode 1998-2009 op 10,3%. Het cijfer voor 2009 is 6,3%. Prioritaire overtredingen De Vlaamse regering wil recente inbreuken in prioritaire dossiers streng aanpakken. Deze strenge aanpak houdt in dat een vaststelling van een overtreding aanleiding zal geven tot een stakingsbevel en/of administratieve geldboete. Volgende prioriteiten worden gesteld : Optreden tegen overtredingen in ruimtelijk kwetsbaar gebied en openruimtegebied Optreden in specifieke bestemmingszones vanuit een duidelijke beleidskeuze (vb. VEN-gebieden) Themagericht optreden vanuit een duidelijke beleidskeuze bv. verharding van voortuinen voor illegale autoverkoop langs een openbare weg, illegale permanente bewoning van weekendverblijven,… Lokale besturen kunnen eigen prioriteiten vaststellen zoals bv. de illegale omvorming van ééngezinswoningen tot meergezinswoningen. Zij kunnen daarbij rekenen op ondersteuning vanuit het Agentschap Inspectie RWO. Preventieve en curatieve aanpak De Vlaamse regering wenst een handhavingstraject aan te houden dat bestaat uit een preventieve en een curatieve fase. Preventieve fase Door duidelijk te communiceren, informatie te verstrekken en afradend te werken, wenst de Vlaamse regering de burgers te sensibiliseren en mogelijke overtreders te beletten om een inbreuk te begaan. Curatieve fase Voor inbreuken die reeds voltrokken zijn, wenst de Vlaamse regering zo snel mogelijk en zo goed mogelijk rechtsherstel te verwezenlijken. Modeltraject bij overtredingen De Vlaamse regering stelt het volgende modeltraject voor indien er inbreuken worden vastgesteld : De vaststelling van een inbreuk na klacht of na bouwtoezicht door de gemeentelijke diensten, de lokale politie of het Agentschap Inspectie RWO. Er moet beslist worden om al dan niet onmiddellijk een proces-verbaal op te stellen. Er kan besloten worden om al dan niet aan de overtreder een waarschuwing en/of aanmaning te geven. Er wordt onderzocht of de inbreuken kunnen worden geregulariseerd via een stedenbouwkundige vergunning of as-built attest. In functie van de noodzaak om diligent op te treden, zal wanneer de illegale werken nog in uitvoering zijn, een stakingsbevel worden uitgevaardigd. Bij het doorbreken van een stakingsbevel volgt een administratieve geldboete. Indien onderstaande voorwaarden vervuld zijn, moet op vraag van de overtreder worden onderzocht of de zaak niet in der minne kan worden geregeld door middel van een schikking of vergelijk. - geen recidive - beperkte inbreuk - niet doorbreken van het stakingsbevel - geen strijdigheid met de bestemmingsvoorschriften Wanneer noch het preventieve deel noch het rechtsherstellende deel enig effect heeft gehad, dient het curatieve deel van het traject te worden ingezet. Dit begint met het formuleren van een herstelvordering en het inleiden van een herstelvordering voor de rechter na het verkrijgen van het eensluidend of positief advies van de Hoge Raad. Indien de gekozen herstelmaatregel wordt bevolen door de rechter, dient de veroordeelde overtreder het herstel uit te voeren. Het stellen van een dwangsom is hierbij noodzakelijk. Indien wordt vastgesteld dat de bevolen maatregel niet wordt uitgevoerd, wordt de druk op de overtreder opgedreven door het innen van dwangsommen of andere drukkingsmiddelen. Indien het innen van dwangsommen geen effect sorteert, zal tot de ambtshalve uitvoering van het vonnis of arrest worden overgegaan. Om dit modeltraject verder te concretiseren, zal het Agentschap Inspectie RWO een code van goede praktijk opstellen. Monitoring van de handhaving De Vlaamse regering wil het handhavingsbeleid systematisch monitoren. Het Departement RWO zal een monitoringsinstrument ontwikkelen dat ten laatste eind 2012 operationeel zou moeten zijn. Dit monitoringsinstrument zal het mogelijk maken om de opvolging van de opsporing en vaststelling van de inbreuk in kaart te brengen. Daarnaast wordt cijfermateriaal opgebouwd om het handhavingsbeleid te evalueren en bij te stellen. Tevens worden relevante gegevens verzameld omtrent de spreiding van de handhavingsactiviteiten.

Partager cet article
Archive