Se rendre au contenu

Grondwettelijk Hof vernietigt gedeeltelijk hernieuwde rolrechten

23 mars 2017

Op 9 februari 2017 vernietigde het Grondwettelijk Hof de artikelen over de verhoging van de griffierechten waarbij de waarde van de vordering als criterium wordt gehanteerd (art. 3 t.e.m. 6 van de Wet van 28 april 2015 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen). Het Grondwettelijk Hof meende dat het criterium van de waarde van de vordering niet pertinent is ter verwezenlijking van de hoofddoelstelling van de wetgever om de rolrechten in verhouding te brengen met de werkingskosten van de rechtspraak.

Deze wet van 28 april 2015 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen bracht, zoals de naam het zegt, een hervorming van de griffierechten (of rolrechten) teweeg.

Een griffierecht is een belasting ten laste van de rechtszoekende die een vordering bij een rechtscollege inleidt. Met deze wijzigingswet werd het griffierecht niet langer (enkel) afhankelijk gemaakt van de aard van het rechtscollege waarbij het geschil aanhangig wordt gemaakt, maar eveneens van (i) het aantal partijen dat het geschil instelt en (ii) de waarde van het geschil (met uitzondering van de familierechtbank). Het is dit laatste criterium dat het Grondwettelijk Hof niet aanvaardt in het licht van één van de doelstellingen van de hervorming van de griffierechten, nl. het in verhouding brengen van de griffierechten met de werklast van het gerechtelijk apparaat. Het Grondwettelijk Hof meent, in navolging van het advies van de Raad van State, dat een vordering met een beperkte financiële inzet een ingewikkeld karakter kan vertonen (bv. een ingewikkelde erfdienstbaarheid), maar omgekeerd ook dat een zaak met een grote financiële inzet op eenvoudige wijze kan afgehandeld worden (bvb. invordering van een hoge maar onbetwiste factuur).

Het Grondwettelijk Hof heeft om administratieve en budgettaire moeilijkheden te vermijden, besloten dat de gevolgen van de vernietigde artikelen gehandhaafd blijven tot 31 augustus 2017 t.a.v. vorderingen die zijn ingesteld bij een rechtscollege tot die datum. Dit biedt tevens aan de wetgever de mogelijkheid om de wetgeving in overeenstemming te brengen met dit arrest.

Link naar het arrest: http://www.const-court.be/public/n/2017/2017-013n.pdf

Voor meer informatie over dit onderwerp kan u steeds terecht bij Siegfried Busscher en Eva Zaman.

Partager cet article
Archive