Se rendre au contenu

Hertekening banklandschap: Opportuniteiten voor (ex-)agenten

20 décembre 2016

In de media doken de afgelopen maanden geregeld berichten op over sociale herstructureringen in de financiële sector. De media-aandacht ging initieel vooral uit naar de rechtstreekse werknemers, maar al snel bleek dat er ook zal worden gesnoeid bij zelfstandige agenten. Ook bij deze zelfstandige agenten staan banen van werknemers op de tocht.

Voor de positie van werknemers verwijzen we naar een eerdere nieuwsbrief van ons kantoor. Daarnaast zouden banken ook de samenwerking met de zelfstandige agenten zelf willen beëindigen. Over de opportuniteiten die dit biedt voor banken die hun netwerk net willen uitbreiden, komt nog een volgende nieuwsbrief. 

Deze nieuwsbrief gaat over de relatie tussen de "oude" bank en de agent die zo'n opportuniteit bij een andere, "nieuwe" bank wil aangrijpen. De beëindiging van de agentuurovereenkomst brengt voor beide partijen rechten en verplichtingen met zich, waar we er hier een aantal van belichten. Essentieel is hier de vraag of (onder welke omstandigheden) de agent cliënten kan ‘meenemen’ naar de nieuwe principaal, en wat hiervan de gevolgen zijn.

Opzeggingstermijn

Een eerste vraag is steeds hoe snel de handelsagentuur kan worden beëindigd. Onmiddellijk beëindigen kan in principe maar bij een ernstige tekortkoming van de bank of de agent of bij (andere) uitzonderlijke omstandigheden die verdere samenwerking onmogelijk maken, in onderling akkoord , of als bijvoorbeeld de vooraf in de agentuurovereenkomst bepaalde duur is verstreken zonder verlenging. In andere gevallen valt een opzeggingstermijn in acht te nemen, waarvan de duur wettelijk geregeld is.

Artikel X.16 WER, bepaalt die duur op een minimum van één maand, verlengd met één maand extra voor elk jaar dat de agent actief is voor dezelfde bank. De termijn kan zo oplopen tot het wettelijk maximum van zes maanden. Indien partijen een langere termijn overeenkomen, mag de door de bank in acht te nemen opzeggingstermijn niet korter zijn dan die van de agent.

Toch kan de partij die opzegt, ook kiezen voor een opzeggingsvergoeding. Die vergoeding is – ook als de agent zelf de samenwerking stopzet – gelijk aan de agentuurcommissies die de agent tijdens de opzeggingstermijn zou hebben ontvangen (afgaande op de vergoedingen van het laatste jaar). Zeker als de agent plannen heeft om voor een andere principaal aan de slag te gaan, kan deze opzeggingsvergoeding een valabel alternatief zijn. Zo zal de agent die de overeenkomst beëindigt vaak geen maanden willen wachten voor hij aan de slag kan; of wil een bank misschien niet dat een agent nog langer in contact staat met haar cliënteel terwijl die zijn zinnen al op een nieuwe principaal heeft gezet.

Uitwinningsvergoeding

Een belangrijk punt van discussie na beëindiging, is de uitwinningsvergoeding. Historisch was het uitgangspunt naar Belgisch recht dat de agent bij beëindiging van de samenwerking niet (bijkomend) vergoed werd voor het cliënteel dat hij aanbracht. Het is pas sinds de implementering van de Europese agentuurrichtlijn dat agenten een cliënteel- of uitwinningsvergoeding kunnen eisen. Daarop bestaan wel uitzonderingen. Een agent kan bijvoorbeeld geen uitwinningsvergoeding vragen als hij zelf opstapt, of als de samenwerking wordt beëindigd op grond van zijn ernstige tekortkoming.

In elk geval, moet ook steeds zijn aangetoond dat de bank nog een aanzienlijk voordeel kan halen uit het cliënteel dat de agent bijbracht. De agent moet het cliënteel (of de zaken met het bestaande cliënteel) m.a.w. aanzienlijk hebben uitgebreid opdat er een uitwinningsvergoeding verschuldigd zou zijn. In de regel moet het gaan om een netto-aangroei. Als de agent bij aanvang een cliënteelportefeuille ter beschikking kreeg, mag de aanbreng van nieuwe cliënten bijvoorbeeld niet ten koste zijn gegaan van dat bestaande cliënteel.

Het meeste discussie bestaat vervolgens over de omvang van de uitwinningsvergoeding. Dit omdat de wet (artikel X.18 WER) enkel een maximumbedrag voorschrijft. Dit maximum is in beginsel "het bedrag van een jaar vergoeding berekend op basis van het gemiddelde van de vijf voorafgaande jaren". Waar het concrete bedrag onder die maximumgrens te situeren valt, zegt de wet niet. De enige aanwijzing is dat er moet worden begroot "rekening houdend zowel met de gerealiseerde uitbreiding van de zaken als met de aanbreng van klanten". De vertaling van dat principe in een concreet bedrag, is niet zo evident en geeft geregeld aanleiding tot discussie.

Concurrentie

De agent die de sprong naar een andere bank maakt, ziet het cliënteel dat hij heeft bediend en waarmee hij een vertrouwensrelatie heeft opgebouwd vaak als een belangrijke asset. De vraag of hij dat cliënteel mag "meenemen" naar de nieuwe bank, bepaalt in grote mate het succes van zijn nieuwe bankagentschap. De vraag in welke mate bankagenten cliënten (mogen) meenemen naar een nieuwe bank, heeft echter ook zijn impact op de relatie met de vorige principaal:

  • Enerzijds zal een eventueel concurrentiebeding de agent achtervolgen: Doorgaans voor de wettelijke maximumtermijn van 6 maanden na het einde van de overeenkomst, mag de agent contractueel geen gelijkaardige activiteiten beginnen voor een nieuwe bank. Concurrentiebedingen kunnen perfect geldig worden toegepast, tenzij (i) de agent ernstige tekortkomingen van, of uitzonderlijke omstandigheden bij de tegenpartij kan aantonen, of (ii) de bank de overeenkomst beëindigt zonder die specifieke rechtvaardiging. Ingeval van schending kan een (forfaitaire) schadevergoeding verschuldigd zijn.

  • Hetzelfde concurrentiebeding speelt anderzijds wel in het voordeel van de agent die een uitwinningsvergoeding eist, omdat het een vermoeden creëert van aanbreng van cliënteel door de agent en blijvende voordelen voor de bank.

  • Ongeacht de vraag of de agent mag concurreren, kan het feit dat hij concurreert wel zijn uitwinningsvergoeding in gevaar brengen. Voorwaarde was namelijk dat het cliënteel dat hij aanbracht de bank tot voordeel kan strekken. Van een dergelijk voordeel is er bezwaarlijk sprake als de agent bij zijn vertrek al het cliënteel meeneemt.

Bankagenten kunnen het einde van hun overeenkomst even strategisch tegemoet gaan als de bank waarvoor ze werken. Is het de agent daarbij te doen om vergoedingen, zal veel echter afhangen van de vraag of hij de positie van de "oude" bank daarin respecteert.

Zie schema.

Partager cet article
Archive