Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 6 oktober 2016 (nr. 125/2016) uitspraak gedaan over een verzoek tot nietigverklaring m.b.t. 19 artikels van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (Omgevingsvergunningsdecreet).
Het Grondwettelijk Hof vernietigde uiteindelijk enkel artikel 226 van het Omgevingsvergunningsdecreet. Volgens dat artikel zou er in principe géén “passende beoordeling” nodig zijn bij een loutere hernieuwing van een omgevingsvergunning of bij omzetting van een milieuvergunning voor een duur van maximum 20 jaar naar een omgevingsvergunning van onbeperkte duur. Een “passende beoordeling” moet worden opgemaakt als een vergunningsplichtige activiteit, of een vergunningsplichtig plan of programma, een betekenisvolle aantasting kan veroorzaken van de instandhoudingsdoelstellingen van een speciale beschermingszone volgens de Europese Habitat- of Vogelrichtlijn.
Het Hof vernietigde artikel 226 omdat het de bepaling in strijd achtte met de Europese Habitatrichtlijn. Volgen het Hof is het niet redelijk verantwoord om over te schakelen op een vergunning van onbepaalde duur zonder passende actualisatie. De bevoegde vergunningverlenende overheden kunnen maar toestemming geven voor een project dat significante effecten zou kunnen hebben op een speciale beschermingszone nadat zij rekening hebben gehouden met de conclusies van de beoordeling van de gevolgen en nadat zij zekerheid hebben gekregen dat het project het gebied niet zal aantasten.
De overige bepalingen van het Omgevingsvergunningsdecreet blijven overeind. Aldus staat niets in principe in de weg voor de inwerkingtreding van het decreet op 23 februari 2017.
Voor meer informatie over dit onderwerp kan u Barbara Bastiaensen (auteur) of Kristof Hectors (celhoofd) raadplegen.