Se rendre au contenu

Nieuw instrument om schuldenaars aan te pakken: het Europees bankbeslag

15 août 2016
Gwen Bevers
Geert De Buyzer

Op 18 januari 2017 treedt de Europese Verordening nr. 655/2014 tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen in werking. Via deze nieuwe procedure zal een schuldeiser met één enkele akte de bankrekeningen van zijn schuldenaar in de verschillende unielidstaten kunnen laten blokkeren (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Denemarken).

Schuldeisers worden bij de grensoverschrijdende inning van hun schuldvorderingen immers al te vaak geconfronteerd met verhaalsmoeilijkheden. De Europese Commissie schat zelfs dat jaarlijks circa 600 miljoen euro aan schuldvorderingen wordt afgeschreven omdat ondernemingen geen uitvoeringsmaatregelen in het buitenland treffen. Dit heeft uiteraard ook een negatieve weerslag op de werking van de interne markt. De Verordening beoogt hieraan te verhelpen. Wordt het bevel tot conservatoir beslag toegekend, dan verhindert dit immers de overschrijving of opname van tegoeden die door een schuldenaar op een bankrekening binnen de EU worden aangehouden.

De Verordening vormt een bijkomend middel voor de schuldeisers, naast de bestaande procedures in het nationale recht. Zij is in principe van toepassing op geldelijke vorderingen in grensoverschrijdende burgerlijke en handelszaken. Hiervan is sprake wanneer de bankrekening waarop het verzoek om het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft, wordt aangehouden in een andere lidstaat dan die waar het verzoek wordt ingediend of waar de schuldeiser zijn woonplaats heeft.

Het verzoek om het bevel tot conservatoir beslag moet worden ingeleid bij de rechter die bevoegd is om ten gronde uitspraak te doen en wordt ingediend d.m.v. een standaardformulier. Daarin moet de schuldeiser o.m. de gegrondheid van zijn schuldvordering aantonen, alsook het reëel risico dat zonder zulk bevel de latere tenuitvoerlegging zal worden belemmerd of bemoeilijkt. 

Om het verrassingseffect te garanderen, verloopt de procedure eenzijdig. Tegelijkertijd worden er een aantal waarborgen ingebouwd om de rechten van de schuldenaar voldoende te vrijwaren. Zo kan van de schuldeiser o.m. een zekerheid worden geëist ter vergoeding van de schade die de schuldenaar eventueel zou lijden als gevolg van het beslag.

Belangrijk is voorts dat de Verordening een mechanisme bevat tot het verkrijgen van informatie i.v.m. de rekeningen van de schuldenaar. De schuldeiser zal tijdens de procedure bij de informatie-instantie van de lidstaat waarvan hij vermoedt dat zijn schuldenaar een rekening heeft, informatie kunnen vragen om de rekeningen van de schuldenaar te kunnen identificeren.

De Verordening is ongetwijfeld goed nieuws voor schuldeisers, aangezien zij hun schuldvorderingen binnen Europa hiermee gemakkelijker zullen kunnen innen. Wel wordt het uitkijken naar het samenspel tussen deze nieuwe procedure en de bestaande procedures in het nationale recht, aangezien tal van aspecten nog steeds door het nationale recht worden beheerst.  De ervaringen met o.m. het Europees Betalingsbevel leren dat dit in de praktijk niet altijd even evident is.

Voor meer informatie kan u Joost Bats en Geert De Buyzer (auteurs) en Gwen Bevers (celhoofd) raadplegen.

Partager cet article
Archive