Se rendre au contenu

De architectuuropdracht beperkt tot vergunningsplichtige werken (Cass. 19 mei 2016)

30 juin 2016

De bouwheer moet beroep doen op een architect voor het opmaken van de plannen en voor de controle op de uitvoering van de werken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning is opgelegd (art. 4 Architectenwet van 20 februari 1939).

Een beperkende lezing van dit artikel laat toe om de opdracht van de architect te beperken tot de vergunningsplichtige werken, hoofdzakelijk de ruwbouw wind- en waterdicht.

Het Hof van Cassatie heeft dit nu ook bevestigd in een arrest van 19 mei 2016. Het Hof oordeelde dat de tussenkomst van de architect wettelijk niet is vereist voor de handelingen die overeenkomstig de wet zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning is vereist. Het feit dat de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor de oprichting van een gebouw, houdt niet in dat de tussenkomst van de architect ook verplicht is voor de verdere werken die noodzakelijk zijn voor het gebruik van dit gebouw maar waarvoor op zich geen vergunning vereist zou zijn. Na de uitvoering van de ruwbouwwerken, is de architect dus niet gehouden verdere tussenkomsten te verlenen voor de afwerkingswerken, die op zich wettelijk zijn vrijgesteld van de medewerking van een architect of waarvoor op zich geen stedenbouwkundige vergunning is vereist. De architect kan dus zijn controleopdracht beperken tot de ruwbouw-winddichtfase, tenzij de afwerkingswerken de oplossing van een constructieprobleem met zich meebrengen of de stabiliteit van het gebouw wijzigen. De vrijheid van nijverheid en arbeid verzet zich volgens het Hof tegen een uitgebreide interpretatie van de verplichting om beroep te doen op een architect.

De architect kan dus vrijgesteld worden van zijn verdere tussenkomst na de uitvoering van de werken waarvoor de bouwheer een stedenbouwkundige vergunning nodig had, vnl. de ruwbouwwerken. Het Hof spreekt zich niet feitelijk uit of "afwerkingswerken" al dan niet van aard zijn constructieproblemen te veroorzaken of de stabiliteit van het gebouw aan te tasten, en dus onder de verplichte bijstand van de architect vallen: dit is een feitenkwestie die de rechter ten gronde moet beoordelen en vervolgens aftoetsen aan de regelgeving m.b.t. stedenbouw en de vergunningsplicht. Er is dus geen principiële beperking tot de ruwbouw wind- en waterdicht: ook voor afwerkingen (maar ook omgevingswerken, wijzigingen…) zou de bijstand van de architect nog verplicht kunnen zijn indien hiervoor een vergunning wordt opgelegd wegens bv. invloed op de stabiliteit.

Voor meer info over dit specifieke onderwerp, kunt u Gerlinde Gielis en Siegfried Busscher (de auteurs) raadplegen.

Partager cet article
Archive