Op 28 april 2016 keurde het parlement het derde potpourri wetsontwerp goed, houdende internering en diverse bepalingen inzake justitie. Deze wet, die verder gestalte geeft aan de uitvoering van het Justitieplan van minister Koen Geens, werd vervolgens op 4 mei 2016 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en zal op 1 oktober 2016 grotendeels in werking treden.
Terwijl de eerste en de tweede potpourriwet zich voornamelijk toespitsten op de hervorming van het burgerlijk procesrecht respectievelijk het strafrecht, bevat de derde potpourriwet tal van wijzigingen op het vlak van de gerechtelijke organisatie en de internering. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen toegelicht.
Ten eerste wordt de wetgeving inzake de internering van personen aangepast. Het betreft zowel een aantal noodzakelijke technische aanpassingen op de interneringswet van 5 mei 2014, als een aantal meer ingrijpende aanpassingen op het vlak van het interneringsbeleid. Hiermee streeft men ernaar de soms schrijnende toestand van geïnterneerden in de Belgische gevangenissen, waarvoor België reeds herhaaldelijk werd veroordeeld door het EHRM, te verbeteren. Concreet worden binnen de strafuitvoeringsrechtbanken zgn. “interneringskamers” opgericht, die een daadwerkelijk zorgtraject op maat van de geïnterneerde moeten uitstippelen. Voorts kunnen geïnterneerden niet langer in de gevangenis worden opgesloten, maar enkel nog in gespecialiseerde psychiatrische inrichtingen. De interneringsmaatregel wordt voortaan ook beperkt tot enkel de zwaarste misdrijven, die een aantasting of een bedreiging van de fysieke of psychische integriteit opleveren.
Daarnaast voorziet de derde potpourriwet ook nog enkele wijzigingen inzake de gerechtelijke organisatie. De elektronische betekening, als nieuwe stap in de richting van een elektronische procesvoering, springt in het oog, al is de concrete implementatie afhankelijk van verdere technische uitvoeringsbesluiten, om het digitale systeem volledig op poten te zetten. Tevens wordt er gesleuteld aan de werkwijze om incidenten i.v.m. de verdeling van zaken binnen de verschillende afdelingen van eenzelfde rechtbank efficiënter op te lossen.
Intussen gaan de hervormingen onverminderd voort. De vierde potpourriwet wordt op korte termijn verwacht. Deze wet beoogt o.m. de rechtspleging voor de rechtbanken van koophandel ingrijpend te hervormen. Zo is het de bedoeling om, naar Nederlands voorbeeld, een systeem in te voeren waarbij de dagvaardingstermijn aanzienlijk wordt verlengd, zodat de verwerende partij reeds voor de inleidingszitting kan concluderen. Naargelang de omstandigheden, kan de zaak dan reeds worden behandeld op de inleidingszitting. Gelet op de aanzienlijke impact van die nakende hervormingen, zullen wij daarop in een volgende nieuwsbrief uitvoerig ingaan. Intussen kan u voor meer informatie over dit specifieke onderwerp steeds terecht bij Joost Bats en Geert De Buyzer (de auteurs) en Gwen Bevers (celhoofd).